Home Suriname Sociale instellingen ten einde raad; persconferentie laatste redmiddel

Sociale instellingen ten einde raad; persconferentie laatste redmiddel

29
0
sociale-instellingen-ten-einde-raad;-persconferentie-laatste-redmiddel

foto

Leidinggevenden van sociale instellingen trekken publiekelijk aan de bel. De situatie is niet uit te houden door het uitblijven van de subsidie. (Foto: René Gompers)


De opvanginstellingen voor mensen met een beperking, zijn ten einde raad. Door tekort aan of ronduit wegblijven van overheidssubsidie, worden de instellingen met sluiten gedreigd. De verzorgers voelen zich “restpectloos”  behandeld door de president, de minister van Sociale Zaken en het Instituut van de First Lady; zij reageren gewoon niet op de noodkreet van de instellingen.

Vrijdag hebben directeuren van de Kennedystichting, stichting Matoekoe, Stigesu, Huize Betheljada en Huize Thiel Thiel een persconferentie gehouden. Het moest dienen als “een laatste redmiddel” geven ze aan. Het grootste probleem -naast wegtrekkend personeel en slechte lonen- is subsidie. Het is te weinig of ontbreekt helemaal.

Ten eerste is het aanvraagproces zeer langdradig en ingewikkeld. Het duurt maanden voordat de begrotingen zijn goedgekeurd en nog langer voordat het geld eindelijk gestort is. En wanneer het gestort is, is het bedrag soms maar een derde van wat is aangevraagd. In de tussentijd moeten de instellingen wel blijven draaien. Er moet geld geleend worden bij derden. Het wordt dan terugbetaald met de subsidie. Anderen moeten maatregelen treffen om lenen te voorkomen; zij schalen af zijn genoodzaakt om hele afdelingen te sluiten.

Het gebeurt dat geld van de (laat uitbetaalde) subsidie dat nog niet is uitgegeven, door de overheid gezien wordt als “beschikbare” liquide middelen. De instelling komt dan niet in aanmerking voor subsidie. Tenminste één instelling heeft op die manier een jaar zonder subsidie moeten doen. Ook is het zo dat de subsidie in kavels wordt gestort.  

Wat nu ook speelt, geven de vertegenwoordigers aan, zijn de verhogingen van lonen die de instellingen niet kunnen betalen. Aan de ene kant vinden ze het prijzenswaardig dat het minimum uurloon is gestegen naar SRD 20,- per uur. Maar aan de ene kant worden de verhogingen niet meegenomen in de subsidie. De instellingen worden onder druk gezet om die verhogingen uit te betalen. De lonen volop uitbetalen betekent heel veel minder geld voor de zorg.

De subsidie bedraagt momenteel SRD 27 per cliënt en SRD 37 per verzorger, per dag. Ook is de steun aan mensen met een beperking verhoogd naar SRD 1.750 per maand. Maar, geeft men aan, dat is bij lange na niet genoeg. Aan pampers alleen is een persoon door zijn of haar beperking, al SRD 3.000 per maand kwijt, wordt er aangehaald. Er zijn uiteraard nog meer kosten. De overheid is voornemens om de SRD 27 en SRD 37 te verhogen, maar door de koersontwikkeling is dat ook alweer achterhaald, delen de instellingen mee.

Er is individueel en collectief gecorrespondeerd met de overheid. Op 16 juni heeft Stigesu een brief gestuurd naar de president. Daar is geen antwoord op gekomen. Op 29 juli is collectief een brief gestuurd naar de ministeries van Sociale Zaken en Financiën en Planning. Er is daar ook niet op gereageerd. Op 10 augustus is Stigesu benaderd door het instituut van de First Lady. Daar is gevraagd de twee vorige brieven opnieuw te sturen. Ook van het instituut is er geen antwoord gekomen. Niet eens een “hallo, bedankt ik heb je brief ontvangen”, merkt Leny Hardenbol van Stigesu op.

“Dus u begrijpt dat we ten einde raad zijn,” merkt Hardenbol op. “We kunnen nergens met onze vragen.” Zij en haar collega’s zijn erg boos. “Zoals ze nu met deze doelgroep omgaan is behoorlijk respectloos.” Benadrukt wordt dat men de deuren niet wil sluiten. De zorg moet voortgezet worden.