Home Suriname DNA-leden: Surinaams belang voorop in kwestie visvergunningen

DNA-leden: Surinaams belang voorop in kwestie visvergunningen

26
0
dna-leden:-surinaams-belang-voorop-in-kwestie-visvergunningen

foto

President Chan Santokhi houdt zijn jaarrede. Hij gaat kort in op de visvergunningen aan Guyanese vissers. (Foto: DNA)


Fractievoorzitter van de BEP Ronnie Asabina stelt dat in de kwestie van de visvergunningen voor Guyana, de regering niet op eieren moet lopen en een duidelijk standpunt moet innemen. Hij en Melvin Bouva (NDP) vermoeden dat er wel afspraken zijn gemaakt die de Guyanezen hoopvol hebben gestemd. Net als collega’s Mahinder Jogi en Asis Gajadien (VHP), zijn ze het erover eens dat het Surinaamse belang voorop gesteld moet worden. Er zijn al overeenkomsten met andere landen om in Surinaamse wateren te vissen, voor Guyana zou dat ook mogelijk kunnen zijn. Een optie is ook dat Guyana gewoon de vis koopt: “als je die vis nodig hebt, kom bij mij kopen.” .

President Chan Santokhi heeft tijdens de jaarrede meegedeeld dat de kwestie niet meer via de media besproken moet worden en dat het op diplomatiek niveau opgelost zal worden. Dit, nadat de kwestie een kookpunt had bereikt; de Guyanese vicepresident Bharrat Jagdeo heeft publiekelijk flink uitgehaald naar de regering en het volk en heeft gedreigd dat het Surinaamse bedrijfsleven in zijn land, er onder zal lijden. Santokhi benadrukt dat er een oplossing komt gebaseerd op de wet.

Asabina: “Het lijkt alsof we bezig zijn op eieren te lopen, terwijl het om onze visgronden gaat. Dus je moet open en eerlijk zeggen waarvoor we staan en waarvoor we gaan. We moeten niet laveren, de samenleving moet weten waarvoor we gaan. Maar als we ons zo slapjes opstellen… het is geen goed signaal.” Er moeten daden worden gesteld, er moeten meetbare indicatoren zijn, benadrukt hij. “Maar als je komt met ‘ja, we gaan het bespreken op diplomatieke manier’ dan komt het bij me over alsof we daadwerkelijk harde toezeggingen gedaan hebben aan de westerburen. En dat kan niet.”

Bouva: “Er is zoveel beloofd; 3 miljard diaspora kapitaal, 150 investeringen, niet naar IMF gaan, koers naar 7. Allerlei beloftes. Niemand die er wat aan doet. In de wereld werkt dat niet zo. Te yu tak’ wan sani moet je het doen. En als je het niet doet ga je problemen krijgen. En dat hebben de Guyanezen zeker laten blijken. Ik denk dat er daar bepaalde zaken zijn gezegd, toegezegd mogelijk, die wat verwachtingen hebben geschapen. En nu zien we dat staartje. En dat staartje is niet gezond voor de relatie Suriname-Guyana.” Hij roept de president op om de kwestie zo snel mogelijk op te lossen.

Bouva en Jogi stellen voor een coöperatie van Guyanese vissers. Er kan ook een overeenkomst met de westerburen gesloten worden zoals die bestaan met Venezuela en Korea, geven ze aan.

Jogi wil dat er eerst een grote schoonmaak komt: “Trek alle vergunningen in. Van iedereen, ook in Suriname. En als minister Parmanand Sewdien bij wijze van spreken 6 trawler vergunningen heeft, ook intrekken. Je stopt de bedrijfsactiviteiten niet, maar dan heb je de gelegenheid om nieuwe vergunningen te geven. Als je nieuwe vergunningen hebt gegeven dan weet je ook aan wie je de vergunningen hebt gegeven. En als er kopievergunningen zijn in Guyana of waar dan ook, dan houden die op te bestaan. Het GPS systeem moeten we gaan versterken zodat we weten waar alle boten zijn, meer controle.”

“En als mensen onze vis willen kopen, mogen ze dat,” vervolgt Jogi. “Want zij realiseren een export van ongeveer US$ 20 miljoen per jaar. Nou, als je die vis nodig hebt, kom het kopen bij mij. Terecht zegt de president dat we iets zullen doen dat is gebaseerd op onze wetgeving.” Gajadien: “We kennen die sector. We weten dat de Guyanezen het meest daar werken. Maar dat wil niet zeggen dat wij onze visgronden ter beschikking stellen van Guyana.” Op de vraag of zij de buren, niet gewoon de vis kunnen kopen, zegt Gajadien: “Wij gaan de belangen niet in gevaar brengen.”

Bouva wil ook niet dat de belangen in gevaar komen. Hij erkent ook dat Guyana de grootste spelers zijn op dit deel van de visgronden: “Maar het Surinaams belang moet voorop staan,” benadrukt hij. “Wij hebben de wijn. We moeten geen concessies doen en de wijn waterig gaan laten smaken.  Als we wijn  drinken, laten we wijn drinken.”