Home Suriname André Haakmat promoveert op corruptiebestrijding in Suriname

André Haakmat promoveert op corruptiebestrijding in Suriname

86
0
andre-haakmat-promoveert-op-corruptiebestrijding-in-suriname

foto

André Haakmat neemt zijn bul in ontvangst. Copyright: Sahardid Abdillahi.


Enige ijdelheid is de kersverse doctor André Haakmat (83!) niet vreemd, blijkt uit een interview met de NRC waarin hij zegt: “… ik moet nog zien dat over dertig jaar iemand iets zinnigs weet te zeggen over dit onderwerp”. Donderdag verdedigde de Surinaamse oud-superminister aan de Open Universiteit in Heerlen zijn proefschrift Corruptie en corruptiebestrijding in Suriname, dat tevens onder de gelijknamige titel als boek is verschenen.

Corruptie is al enige jaren een hot item in de samenleving, maar het verschijnsel dateert al vanaf de koloniale tijd. Haakmat noemt Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck de eerste corruptiebestrijder in Suriname. Toen hij zich in 1683 inscheepte om gouverneur van Suriname te worden, moest hij na een korte inspectie in de laadruimte van het schip vaststellen, dat er geknoeid was met de aantallen ingescheepte goederen.

Vanaf dat moment heeft Haakmat onderzocht wat de kenmerken waren van corruptie in de koloniale periode; in de Statutaire periode van 1954 tot 1976 en de jaren tachtig van de militaire dictatuur waarin vooral drugscorruptie wortel schoot in Suriname. Haakmat eindigt zijn onderzoek met een analyse van de Anticorruptiewet 2017.  

In de Statutaire periode stuitten twee wetenschappers (Ad de Bruijne en Gerard Kruijer) tijdens onderzoek in Suriname op vormen van corruptie die tot dan nauwelijks zichtbaar waren. Haakmat: ‘Onder de dekmantel van zelfstandig binnenlands bestuur met een politiek stelsel dat op etnische leest was geschoeid, ontdekte prof. Kruijer dat bij de verdeling van middelen en functies, vriendjespolitiek, favoritisme, nepotisme en patronage de belangrijkste verdeelsleutels waren.

Schokkender was de vorm van corruptie die De Bruijne op het spoor kwam. Hij ontdekte dat bij zogenaamde verkavelingsprojecten, waarvan het doel was verlaten plantages bouwrijp te maken en onder de arme bevolking te verdelen, de meeste gronden zonder enige tegenprestatie in het bezit kwamen van politici, hun vrienden en hun verwanten. Die verkochten ze vervolgens weer door aan derden. In de Statutaire periode werd zodoende de gehele politieke top van het land miljonair. Pure zelfverrijking blijkt dus een primaire verklaring en motivatie te zijn van corruptie in Suriname’.

Er is ook de periode van de militaire dictatuur (1980 -1987) geweest die Haakmat niet als zodanig benoemt in zijn proefschrift. In deze periode kreeg de regering Chin A Sen 500 miljoen gulden van Nederland voor een urgentieprogramma, maar de corruptieve praktijken onder het militaire bewind zijn nooit onderzocht. Haakmat onderzocht wel wat het Bijzonder Gerechtshof dat onder zijn verantwoordelijkheid tot stand kwam, aan corruptiebestrijding heeft opgeleverd. Doel van dit Hof was om vermeende grootschalige corruptiepraktijken met Nederlands ontwikkelingshulpgeld te onderzoeken en de schuldigen te berechten.

Uit Haakmats analyse van een aantal veroordelingen dat hij ook in het boek boeiend beschrijft, is volgens hem gebleken dat corruptie in de Arron-tijd in de meeste gevallen gericht was op zelfverrijking en betrekking had op corruptie bij gronduitgifte. Wat dit betreft is er niets veranderd in Suriname, zij het dat zelfverrijking nu op veel inventievere wijze plaatsvindt, bijvoorbeeld door zogenoemde politieke makelaars.

Zorgelijker vindt Haakmat de ontwikkeling uit recentere tijden over de betrokkenheid van Suriname bij de internationale drugshandel. Dit leidt tot de bespreking van de Anticorruptiewet 2017, waarbij Haakmat stelt dat deze wet globaal gezien in de pas loopt met zowel het OAS-verdrag als het VN-verdrag tegen corruptie waaraan Suriname zich heeft gecommitteerd. Hij vindt het wel een groot manco dat: (A) de Anticorruptiewet 2017 niet een regeling bevat om eigen onderdanen die zich schuldig hebben gemaakt aan grensoverschrijdende (drugs)criminaliteit uit te leveren en (B) niet de mogelijkheid biedt van overname van strafvervolging die door eigen onderdanen in een ander land zijn gepleegd. Haakmat: ‘Op grond van deze manco’s kan niet gesteld worden dat de Anticorruptiewet 2017 voldoet aan internationale standaarden voor corruptiebestrijding. Zo blijft Suriname een geschikte uitwijkhaven voor internationaal opererende (drugs)criminelen’. Waar Haakmat niet over schrijft is dat voor wat punt (A) betreft, eerst de grondwet aangepast moet worden, want Suriname levert geen eigen onderdanen uit. Als het ooit zover mocht komen, dan zouden Desi Bouterse en Ronnie Brunswijk uitgeleverd kunnen worden aan Nederland.

Hoopvol is Haakmat gestemd over de hernieuwde samenwerking tussen Suriname en Nederland, waardoor na het decennium van president Bouterse de grensoverschrijdende criminaliteit stevig kan worden aangepakt. Zo hoopvol zelfs dat het boekomslag van het proefschrift dit verbeeldt: Suriname en Nederland geven elkaar een stevige hand vanuit de kleuren van de Surinaamse en de Nederlandse vlag geprojecteerd op de landkaarten. Hoewel de gepromoveerde stevige kritiek uit in zijn boek op wat inmiddels gemeengoed is geworden in de Surinaamse samenleving, het ‘friends and family’-beleid van de regering Santokhi, waardeert Haakmat het wel dat deze regering maatregelen heeft aangekondigd (en ook genomen heeft) om de bestrijding van corruptie serieus aan te pakken. Zo is er bij het Openbaar Ministerie een Fraudesectie, bemand door fraudeofficieren van justitie aangesteld, is de rechterlijke macht op sterkte gebracht en zijn een behoorlijk aantal zaken in onderzoek bij het OM gegeven. Er gloort dus hoop voor de bestrijding van druggerelateerde en grensoverschrijdende corruptie. ‘Dat ligt helaas anders voor het nepotisme en de vriendjespolitiek’, aldus Haakmat.

Ten slotte: tijdens de openbare verdediging van zijn proefschrift merkte Haakmat op dat de Surinaamse regering eigenlijk schatplichtig is aan de Open Universiteit in Heerlen waar Lachman Soedamah in 2014 promoveerde op de Surinaamse grenskwesties, Chiquita Ramautar in 2015 op de boedelproblematiek in Suriname en nu in 2022, André Haakmat die een model heeft uitgewerkt om corruptie in Suriname te bestrijden. Drie onderzoeksgebieden die aan actualiteit niets hebben ingeboet.

roy.khemradj@gmail.com

André Haakmat – Corruptie en corruptiebestrijding in Suriname – is uitgebracht door Wolf Legal Productions in Nijmegen en kost €25. Meer info: www.wolfpublishers.eu

Op zondag 2 oktober om 12:00 NL-tijd interview ik André Haakmat live op Mart Radio, te beluisteren via internet.