Home Suriname Column: Het schoolreisje

Column: Het schoolreisje

43
0
column:-het-schoolreisje

foto

De leerlingen van de klasse 5 van de W. Buchnerschool in 1969. Op de foto zijn op de laatste rij ook het schoolhoofd Hugo Valstein en de onderwijzer Hans Breeveld te zien.


Het deed mij goed in de krant te lezen dat – ondanks alle problemen waarmee de scholen het afgelopen jaar te kampen hadden – het enkele leerkrachten gelukt is met hun leerlingen wat educatieve trips te maken. Mijn complimenten aan de initiatiefnemers van drie basisscholen in Moengo die met 51 leerlingen van het achtste leerjaar een educatieve trip maakten naar Nieuw Nickerie. Pracht idee; de horizon van Jonge Surinamers in eigen land vergroten. Het is niet alleen goed voor hun persoonlijke vorming, maar dat helpt ook om hen de liefde voor het land bij te brengen. Ze doen ervaringen op die ze niet gemakkelijk zullen vergeten. Er lopen legio Surinamers – in en buiten Suriname – rond met een ondermaatse kennis van ons land. Hoe kan je van een land houden als jij dat land maar matig kent?

Ook het bezoek van leerlingen van de Openbare School Longmay aan het commissariaat in Nieuw Nickerie vond ik een pracht idee. Trots poseerden de leerlingen en leerkrachten met hun districtscommissaris Senrita Gobardhan. Deze twee educatieve tochten en de velen die de krant niet haalden zijn bewijzen dat er nog steeds leerkrachten in ons land zijn die niet klagen over duisternis, maar kaarsen aansteken voor onze jeugd. In de krant las ik de eerste indrukken van de leerlingen over deze educatieve trips. Ik zou echter de leerkrachten willen aanraden dat de leerlingen hun ervaringen als opstel aan hen presenteren. Daaruit zou kunnen blijken of wat zij zagen ook hetgeen is dat u ze had willen laten zien. Ook kan u leren van de manier waarop zij gekeken hebben. Wat viel ze het meeste op?

Het jaar was 1969, als jong onderwijzer kwam ik te werken op de W. Buchnerschool aan de Lozingweg 9, even achter Saron. Tijdens mij lessen merkte ik al snel dat hoewel de leerlingen niet zo ver van Paramaribo woonden zij weinig van de stad wisten. Ze wisten niet waar het ministerie van Financiën stond. Geen leerling had ooit gehoord van het CCS en nog minder waarvoor je daar terecht kon. Reden genoeg om aan mijn schoolhoofd Hugo Valstein te vragen of ik met hen een educatie dagtocht mocht maken naar Paramaribo. Wij spraken toen nog van een schoolreisje. Na toestemming gekregen te hebben was het sparen geblazen voor de huur van een bus die ons naar en van Paramaribo zou vervoeren. Ik spaarde mee en het geld was gauw bij elkaar gebracht.

De datum werd vastgesteld. Op hun zondags best melden de leerlingen zich die morgen aan. Onze eerste stop was bij de expositie van Quintus Jan Telting in het Park. In dat gebouw is nu De Nationale Assemblee gevestigd. Q. Jan Telting, die jarenlang in Nederland schilderde was in Suriname voor een expositie over de strijd om burgerrechten in de VS waar Telting een paar jaar reeds woonde. Daarna begon de wandeling. Na stilgestaan te hebben bij het paleis van de gouverneur en het gebouw van het ministerie van Financiën vervolgden wij onze wandeling via de Gravenstraat (thans Henck A. E. Arronstraat). Bij het Statengebouw, de Kathedraal (nu Basiliek), de Surinaamsche Bank,  de Hendrikschool, ’s Lands Hospitaal, de Graaf von Zinzendorfschool  en het CCS bleven wij even staan zodat ik wat over deze instellingen kon vertellen.

Aangezien ik tijdens vrije uren veel verteld had over Martin Luther King en diens groot voorbeeld Mahatma Gandhi kon een bezoek aan het standbeeld van Gandhi niet uitblijven.

De volgende dag konden de leerling middels een opstel hun indrukken van de dag weer te geven. Er waren prachtige opstellen bij. Ik beleefde de dag soms opnieuw. Er was echter een opstel met een opmerking die mij een levensles bijbracht. Een jongen – van wie ik helaas de naam nu kwijt ben – schreef Meneer Breeveld bracht ons ook bij het beeld van Mahatma Gandhi. Gandhi was een heel belangrijke man, maar je kon zien dat hij een Hindostaan was, want hij had slippers aan.

Enkele dagen later toen wij de opstellen bespraken las ik de zinsnede voor en vroeg: Wie heeft ooit een prent gezien van Jezus met schoenen aan?

We zaten op een EBG-school en de leerlingen hadden vele prenten van Jezus Christus gezien.  Het werd stil, muisstil in de klas. Ik kon de leerlingen bijna horen denken. Toen fluisterde de buurman van de opstelschrijver hem verifiërend toe: “O, ja ma Jezus srefi no bin weri susu”. Hij stak zijn vinger op en zei luid wat de overige leerlingen ook reeds hadden vastgesteld: “Ja meneer Jezus trok ook altijd alleen slippers aan”.

Maar was Jezus een Hindostaan?  vroeg ik. “Neen meneer, hij was geen Hindostaan” klonk het overtuigd uit vele monden.

Natuurlijk waren het sandalen die Gandhi en ook Jezus droegen. Maar om een generalisatie de wereld uit te helpen nam ik even het verschil tussen sandalen en slippers voor lief.

Hans Breeveld