Home Suriname Column: Borrelpraat no. 732

Column: Borrelpraat no. 732

11
0
column:-borrelpraat-no.-732

foto


“Boi, we gaan vooruit: na zeventig jaar is de eerste pomp van Wageningen vervangen, hoi, piepeloi, a boi moi.”

“Niet zo ironisch, broeder, liever laat dan nooit.”

“Die pompen zijn de ziel van dat bedrijf, waarom moest het zo lang duren voordat ze vervangen werden?”

“Vraag je dat aan mij? Bepaal ik het beleid?”

“Maar je kan zeggen wat je wil, die Sew-die-dient scoort toch wel op LVV, hoewel de Yogi-bear hem niet lust.”

“Ja, die Sew houdt zijn po…eh, ik bedoel zijn voet nog steeds stijf in verband met die toezegging van onze pres dat 150 Guyanese vissers een Surinaamse vergunning zullen krijgen.”

“Doet die Sew dat omdat hij zo een nationalist is of omdat die lucratieve handel in het kopiëren en doorverkopen van vergunningen aan Guyanezen moet blijven bestaan?”

“Nou, vicepresident Jagdeo, de eigenlijke sterke politieke man in Guyana, zegt afgelopen vrijdag tijdens een toespraak tegenover vissers in ‘the Corentin-region’, dat een topper op LVV grof geld maakt over de ruggen van de Guyanese vissers met dat doorverhuren van die visvergunnuingen.”

“Ja, ik las dat bericht; Jagdeo zei ook dat hij de Surinaamse overheid niet meer gelooft, zij komt terug op haar schriftelijke overeenkomsten en hij zal nu ‘hardball’ spelen en bijvoorbeeld Surinaamse ondernemers die geld maken in Guyana ook dwarsbomen.”

“Ach, allemaal Guyanese bluf, geleerd van hun Engelse kolonisatoren. Er is geen enkele schriftelijke overeenkomst over die 150 visvergunningen met hen gesloten.”

“Hij bedoelt de goedgekeurde notulen, the minutes, van de beloften die onze president tijdens een ontmoeting in Guyana heeft gedaan.”

“Tja, dan moeten we in functie zijnde niet zomaar dingen aan vooral deze buren van ons beloven, want inderdaad hebben de goedgekeurde notulen van zulke beloften rechtskracht, zo lees ik in een artikel van een jurist.”

“Zo, dat wordt een leuke juridische touwtrekkerij: eerst verloren we de driehoek, toen een stuk zee-grondgebied, want daar lag een diepzee-olieconcessie die de Guyanezen al hadden uitgegeven aan een olie-multinational en precies in dat stuk werd de eerste grote Guyanese oliebron aangeboord.”

“Tenminste had onze president Wijdenbosch de guts om een proefboorschip van dat olieconcern met onze marine uit dat gebied op te donderen. Daarom moest Bosje weg; hij kwam tenminste op voor het Surinaamse belang.”

“En nu verpatsen we onze visserijgronden en straks bouwen de buren een brug over de Corantijn, alsof de rivier van hun is.”

“Die brutale Engelsen hebben niet voor niets de halve wereld bij elkaar veroverd en hun taal tot de wereldtaal gemaakt.”

“Maar kijk hoe ze ondanks hun grote onderlinge issues als één volk rouwen om hun overleden koningin.”

“We benne benieuwd of die Charles het koninkrijk bijeen zal weten te houden of juist verder uiteen zal doen vallen.”

“Maar terugkomend op die 150 beloofde visvergunningen: gaan we tegen de druk van die Guyanezen opkunnen? Jagdeo lijdt anders zwaar gezichtsverlies bij zijn aanhang aldaar.””

“Gezien onze slaptedente historie denk ik dat we weer eens zullen toegeven. Met die enorme economische boost die ze nu doormaken, zullen we eerder een kolonie van hun worden. Dat lijkt ons lot, zo te zien: steeds onderdanig aan buitenlandse machten in West of Oost, en onze waardigheid te grabbel gooien, als we maar een graantje voor family and friends kunnen meepikken.”

“Kunnen we Monnie Hond met z’n clip van 30.000 US niet voor ze sturen? Hij clipt de boel daar bij elkaar terwijl z’n droge dollars wegvliegen en z’n natte dollars worden gedroogd.”

“Ik zeg je dat deze Bordeaux toekomst heeft. Die man heeft tweederde deel van zijn investering al terugverdiend door een contract met YouTube te tekenen.”

“En NIS is geheid tjokvol als hij zijn show daar geeft, plus z’n loterij met auto’s en laptops en een vliegtuigticket draait zeker als een lier.”

“Ik moet niets hebben van deze met goudbehangen djoe…eh… bos…. eh…busi….eh…“

“Hé broeder Jules, let op je woorden. Ik ben ook van die afkomst.”

“Goed zo Ron, trek Jules z’n microfoon snel weg, straks zegt hij nonsens, en zeg snel en vlot: ‘Hier komt de minister-president van het koninkrijk Bruns-Gyuana, zijne Geldhond Mi-no-Skeer, de zaal binnen.”

“Een bakra-leerkracht zei ons eens op het Lyceum: ‘Onze Lieve Heer schiep de landen van de wereld: Japan, het land van de rijzende zon; China, het Hemelse Rijk; Frankrijk, het land van de champagne, Nederland schiep Hij niet want die schiepen de Hollanders zelf uit de blubber – wij lachten ha, ha –, en Hij schiep Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden, enzo de rest, en toen draaide de wereld lekker vlot.”

“En toen?”

“Wel na een tijdje verveelde Onze Lieve Heer zich, hij wilde af en toe lekker lachen, wel toen heeft Hij Suriname geschapen.”

“Heeft die leerkracht dat werkelijk gezegd?”

“Jawel. Wij vonden deze cynische mop een belediging, maar achteraf moet ik zeggen dat die bezopen bakra bij tijd en wijlen toch gelijk krijgt.”

“Maar intussen daalt de waarde van onze munt naar een koers van één op dertig(duizend) voor de US dollar.”

“Nee, dat kaat dinsdak stoppen, ik zek dat met mijn vuist op tafel. Ik beroof anders deze keer al jullie banken.”

“Denk je dat het verplicht verkopen van 35% van de exportdollars en andere maatregelen de koers blijvend zal doen zakken?”

“Als dat lukt, mag hij voor mijn part president worden, want dan zal het hem zijn gelukt, wat zowat een half dozijn presidenten vóór hem niet is gelukt.”

“Maar velen lijden nu honger, vooral binnen de eenoudergezinnen.”

“Inderdaad, niet zo best. Maar moet ik me blijven opwinden en me zorgen om anderen blijven maken? Maken die zich zorgen om mij met mijn steeds inflaterende pensioen?”

“Tja daar zeg je wat. Dan krijg jij hoge bloeddruk en anderen leven rustig door: rijden en feesten en klagen en schelden er maar op los, maar leven er verder gewoon maar mee.”

“Klopt. Het is nu echt: een ieder voor zich, ook de overheid voor zichzelf.”

“En onze Lieve Heer vraagt: ‘Wanneer laten jullie me weer eens smakelijk lachen?”

“Daar toast ik op. Laten we Hem weer eens plezieren. Proost.”

Proost