Home Suriname Teller nu op 238 advocaten

Teller nu op 238 advocaten

237
0
teller-nu-op-238-advocaten

foto

Vlnr: Beryl Chin A Cheong, Anthony Heath, Valerian Bendanon, Nishita Soekhal-Tedjoe en Eunice Fernand, de vijf nieuwe advocaten. (Foto: Ranu Abhelakh)


Het aantal advocaten in Suriname neemt toe. Woensdag zijn Beryl Chin A Cheong, Anthony Heath, Valerian Bendanon, Eunice Fernand en Nishita Soekhal-Tedjoe toegelaten en beëdigd bij het Hof van Justitie. Met dit vijftal staat de teller nu op 238 advocaten, deelde hofpresident Iwan Rasoelbaks mee. “Het spreekt voor zich dat hoe meer advocaten er bij komen, hoe meer zaken te verwerken zullen zijn binnen de rechterlijke organisatie”, gaf hij aan.

Rasoelbaks hoopt dat het vijftal goed overweg kan met het nieuwe regiem ter versnelling van de civiele rechtspraak. Hierbij worden ICT-toepassingen gebruikt zoals digitale zaaksregistratie en digitaal met de units de coördinatoren in contact staan voor allerhande aangelegenheden. En indien nodig worden de comparities via videoverhoren afgenomen, bijvoorbeeld als mensen in het buitenland zijn.

 

Waarnemend procureur-generaal Garcia Paragsingh wees de toegelaten advocaten onder meer op het integer zijn. “Integer wil zeggen dat u boven de zaak staat, belangenverstrengeling tegen gaat en u zich kan verantwoorden voor uw keuzes, gegeven uw rol binnen de rechtsorde”. Advocaten moeten in gedragingen tegenover de rechterlijke macht blijk geven van het verschuldigde respect. “Stelt u zich sportief op wanneer een beslissing in uw nadeel uitvalt. Hierdoor voorkomt u dat u zich onnodig grievend uitlaat”, gaf de Paragsingh hen mee.

In de felicitatieboodschap stond deken Elleson Fraenk van de Surinaamse Orde van Advocaten (Sova) stil bij de begrippen beroepsethiek en professionaliteit. Voor een advocaat niet makkelijk om deze op zich vage begrippen in te vullen, “want wat is ethisch en wat is professioneel?” Advocaten leren hierover tijdens hun vorming, stage en vooral van andere advocaten. “Op die manier mogen wij als advocaten, ja moeten wij zelfs, een voorbeeldfiguur zijn voor onze collega’s en vormen wij de eerste linie van onderlinge correctie.”

Na beëdiging wordt het kader van professionaliteit en beroepsethiek grotendeels ingevuld door de beroepsgroep zelf, stelde Fraenk. “Als beroepsgroep kunnen wij als besloten electoraat het vertrouwen stellen in collega’s om via het Dekenschap, de Raad van Bestuur of lidmaatschap van het Advocaten Tuchtcollege invloed uit te oefenen op het doen en laten van advocaten.”

Volgens de deken is op dit moment vooral het bestaande tuchtregime zeer prominent bepalend voor de invulling hiervan. Toch hebben advocaten de mogelijkheid om via het vaststellen van ordebesluiten en reglementen invloed hierop uit te oefenen. Fraenk stak de hand in eigen boezem en stelde vast dat de Sova dit enigszins heeft laten liggen in de afgelopen jaren. “Van ons als beroepsgroep wordt verwacht en verlangd dat we zelfregulerend optreden. Wat ons gedrag als advocaat moet of mag zijn, dat bepalen we vooral samen.”  Het ontbreken van ordebesluiten en reglementen toegespitst op de beroepsethiek en professionaliteit van de advocaat maakt dat deze normen worden ingevuld door het Advocaten Tuchtcollege en de mening van de man op straat.

De samenleving en soms andere actoren binnen de rechtspleging plegen de nadruk te leggen op het honorarium van de advocaat, stelde Fraenk verder. Zij vinden die altijd te hoog. Maar volgens de deken is er over het algemeen weinig oog voor de problemen waarmee advocaten te maken krijgen. Onder meer de ontwikkeling van het recht onder invloed van internationale ontwikkelingen, communicatietechnologie en veranderende verwachtingen bij rechtzoekende, plaatsen allemaal druk op het verouderend beeld van de togadrager die zich van de studeerkamer naar de rechtszaal verplaatst. “Er wordt weinig stil gestaan bij het feit dat advocaten deel uitmaken van de gemeenschap en gezinnen hebben” gaf Fraenk aan. “Aan het belang van onze dienstverlening en de impact van ons handelen op gezinnen, bedrijven organisaties en de economie als geheel wordt vaak niet gedacht.”

Anthony Heath wees in zijn dankwoord namens de groep op de dienende rol van de advocaat. Hij riep alle actoren op om te zorgen en mee te werken dat de omgeving waarin de advocaat gevormd dient te worden aan standaardvoorwaarden moet voldoen. “De overheid dient wat mij betreft fors te investeren in het onderwijs en de rechterlijke macht. Het Hof van Justitie en het bestuur van de Sova verzoek ik erop toe te zien dat de procedure van toelating tot de advocatuur transparanter en vlotter kan verlopen.” Hierna ligt het aan de advocaat hoe die zijn rol als beschermer van de rechtsstaat zal vervullen, meent Heath.