Home Suriname Suriname onder review bij VN Comité uitbanning discriminatie

Suriname onder review bij VN Comité uitbanning discriminatie

37
0
suriname-onder-review-bij-vn-comite-uitbanning-discriminatie

Suriname staat deze week op de lijst voor evaluatie bij het Comité voor de uitbanning van alle vormen van  rassendiscriminatie. Behalve Suriname staan nog 6 andere landen onder het vergrootglas op het schema bij het mensenrechtencomite  n.l. Azerbaijan, Benin, Nicaragua  Slovakia, USA en Zimbabwe.  

Momenteel  is het hoofd van de afdeling burgerlijke, politieke, economische, sociale en culturele rechten, Ms. Wan Hea Lee, die o.a. in haar recente openingsspeech refereerde zij naar een rapport van de Special Rapporteur voor de Rechten van Migranten, en sprak daarbij haar bezorgdheid uit over de wijze van behandeling van migranten en vluchtelingen  door grensautoriteiten en gezagsdragers in hun territoirs.

Suriname heeft de Internationale Conventie ter uitbanning van alle vormen van discriminatie geratificeerd op 15 maart 1984, en heeft behalve op grond hiervan maar ook krachtens zijn grondwet, verplichtingen om zijn burgers de grondrechten optimaal te beschermen en te garanderen. Suriname behoort zulke garanties te bieden aan burgers niet enkel naar ‘eigen  inzichten’ doch met inachtneming van de internationale rechtsbeginselen en – principes, zoals vervat en toegepast in het internationale  mensenrechtensysteem en volgens de verdragen.

Het is zaak dat burgers in Suriname de kans krijgen en de nodige informatie over de vergadering die begonnen is eerder  deze week. Het discriminatieverbod is misschien het meest belangrijke democratisch goed voor iedere burger, ongeacht huidskleur, geslacht, seksuele geaardheid, godsdienst of politieke overtuiging. Rancune en haat jegens de burgerij, arrestaties zonder vorm van proces en intimidatie, afsluiting van communicatie middelen verdragen niet de de rechtsstaat gedachte en kweken eerder verdeeldheid en uitsluiting van gemeenschappen.

In de Preambule van de grondwet van Suriname (1987)  staat vermeld “[…] overtuigd van onze plicht de principes van vrijheid, gelijkheid, en democratie alsmede de fundamentele rechten en vrijheden van de mens te eerbiedigen en te waarborgen […]” Gezagsdragers hebben een belangrijke verantwoordelijkheid om de eed die ze naar eer en geweten  op de grondwet hebben afgelegd, naar letter en geest uit te voeren, met inspraak van brede lagen van het volk, I.e.  oppositie, buitenparlementaire actoren, niet- gouvernementele organisaties (Ngo’s), instituten met de rechtspraak belast,  academische circles, functionele groepen. etc. Dit is de zuurstof die een democratie inademt en burgers vertrouwen geeft. De artikelen 69 Grw. (de onaantastbaarheid van de Grw) en 106 Grw (de suprematie van verdragen en  het internationalrecht) is met deze verplichting voor de staat onmiskenbaar duidelijk en ondubbelzinnig  uiteengezet. Naleving is een tweede punt!

De thans begonnen  vergadering in Genève, is een veelbelovende! Suriname, zal toch moeten verantwoorden aan een scala van issues verbandhoudende met het  anti-discriminatie vraagstuk:  het recht van vrije meningsuiting van burgers, de bescherming van journalisten, de behandeling van Migranten en Vluchtelingen, nota bene zonder wetgeving terwijl het land partij is bij het vluchtelingen verdrag sinds 29 Nov 1978. Dus 44 jaar al, en gezagsdragers en wetgevers, de DNA,  zien deze hiaat en de noodzaak voor wetgeving kennelijk niet.

Ook zal het land moeten verantwoorden over de behandeling van inheemsen, en bewoners en stammen in het binnenland, de tribale volkeren die om hun rechten hunkeren,  m.n de wijze waarop de staat omspringt met zoals bosbeheer waar de  inheemsen wonen en de  natuurlijke bronnen. Het overheidsconcessiebeleid  en bosbeleid, de recente overstromingen met desastreuze gevolgen en de krakkemikkige,  politiek beladen, response zullen hete hangijzers worden.

Een nationaal op inspraak en dialoog, berustend beleid, met breedgevoerde discussies met betrokkenheid van  stamstructuren, en grote delen in de maatschappij, zijn verzand binnen de kaders van  een lippen service en illusie,  i.p.v een robuust en, op nationaal belang gestoeld, door deskundigen uitgewerkt  beleidsplan en uitvoeringsstrategie. Ook de vele andere pertinente zaken zoals de verouderde wetgeving en de recente uitspraak van het CHof over het discriminatoire kiesstelsel, zullen de aandacht van het Comité niet ont stappen.

Al met al een uiterst belangrijke VN mensenrechten vergadering gefocust op het anti discriminatiebeleid. In hoeverre de overheid aan burgers en instituties informatie heeft verschaft over zo een belangrijke vergadering,  blijft voor schrijver een open  vraag. Het lijkt mij dat vooraf  feedback uit de gemeenschap en relevante actoren zijn onmisbaar zijn voor het mensenrechten Comité. Nog triester zou het zijn als de DNA, onze wetgever of zoals vaker gezegd, het huis van de democratie, niet adequaat of zelfs helemaal buiten schot is gehouden of zichzelve in de passiviteit heeft geworpen vanwege het gebrek aan informatie. Een belangrijke gelegenheid om de rechtsstaat op het punt van het discriminatieverbod  aan een kritische beschouwing te onderwerpen, dat is precies wat het volk koestert! Het volk kijkt uit met belangstelling naar het uit te komen rapport met aanbevelingen en conclusies, en gehoopt wordt gezagsdragers, DNA en andere  relevante actoren, zoals mensenrechten activisten uit  de samenleving , goede nota zullen nemen!

Sardhanand Panchoe

Jurist Internationaalrecht