Home Suriname Malone: ‘Ik kom altijd met soort heimweegevoel naar Suriname’

Malone: ‘Ik kom altijd met soort heimweegevoel naar Suriname’

18
0
malone:-‘ik-kom-altijd-met-soort-heimweegevoel-naar-suriname’

foto

Dion Malone bereidt zich voor op drie interlands. (Foto: Diederik Samwel)


Verdediger Dion Malone maakt sinds begin vorig jaar deel uit van de nationale voetbalselectie. Deze week bereidt hij zich onder leiding van bondscoach Stanley Menzo voor op de drie interlands in de Nations League. Natio speelt op 4 juni tegen Jamaica in het Franklin Essedstadion. Op 7 juni volgt de uitwedstrijd tegen de Reggae Boyz en op 11 juni staat in Torreón de uitwedstrijd tegen Mexico op het programma.

Malone (13 februari 1989, Paramaribo) staat sinds twee jaar onder contract bij NAC Breda, waarmee hij vorige maand in de play-offs promotie naar de eredivisie misliep. Tijdens zijn voetballoopbaan kwam hij uit voor Almere City, ADO Den Haag, de Azarbeidjaanse club Qäbälä en opnieuw ADO Den Haag. Hij heeft inmiddels acht interlands voor Suriname gespeeld.

‘Waarom ik mee doe met natio? Logisch, ik voel me Nederlands, maar zeker ook Surinaams. Mijn familie komt er voor een deel vandaan en een deel van hen woont er ook, vooral van mijn vaders kant. Los daarvan vind ik het geweldig om iets voor het land te betekenen. Dat beschouw ik echt als een eer. Ik zie het als een uitdaging en ik ben ervan overtuigd dat we Suriname ermee vooruit kunnen brengen. Een groot deel van het land stond achter ons tijdens de WK-interlands vorig jaar. Ik zal niet gauw vergeten hoe mensen na de interland tegen Bermuda op straat voor ons stonden te juichen toen we voorbijkwamen met de spelersbus. Die beleving van het publiek hebben we al wel teweeg gebracht, denk ik.

‘Ze hebben me al vroeg gevraagd of ik voor Suriname zou willen spelen. En omdat ik eigenlijk algauw in de gaten had dat ik niet voor het Nederlands elftal in aanmerking zou komen, heeft het altijd in mijn hoofd meegespeeld. Ik zat nu eenmaal niet bij een topclub of een subtopper om in beeld te komen bij Oranje. Dan zit je niet aan dat niveau. Ik ben ook nooit in de situatie gekomen dat ik een afweging tussen beide landen zou moeten maken. Maar ik wist al die tijd wel dat ze met de nationaliteitskwestie bezig waren. Zodra het rond zou zijn met de paspoorten, wilde ik meteen beschikbaar zijn. Nee, niet voor het geld, om hogerop te komen of mezelf in de kijker te spelen. Ik doe het voor Suriname. Zonder wedstrijdpremie zou ik het ook doen. Honderd procent! En het leeft ook heel sterk binnen de groep Surinaamse profs. Die onderlinge connectie is er sowieso altijd geweest. Met sommige jongens heb ik vaak contact, we hebben verschillende appgroepjes.

‘Al is het aantal Suriprofs dat voor natio beschikbaar is, op dit moment nog te klein. Dat komt misschien ook omdat sommige spelers het liever niet willen aankaarten bij hun club. Clubs zijn verplicht spelers vrij te geven voor interlands, maar tegelijkertijd kunnen ze wel degelijk druk uitoefenen. Dat je basisplaats op het spel komt te staan, dat je vermoeid raakt of een blessure oploopt. Voor mij bij NAC geldt dat niet: ik krijg alle vrijheid om voor Suriname te kiezen. En na terugkeer in Nederland sta ik eigenlijk altijd in de basis.

‘Op mijn derde ben ik naar Nederland gekomen. Mijn vader zat er al, wij zijn later gekomen met mijn moeder. Dat was in de tijd van de Binnenlandoorlog. Mijn ouders vonden dat ons gezin in die tijd niet echt een toekomst had in Suriname. Ik moet op het erf al wel tegen een bal hebben getrapt in Suriname, maar daar weet ik niets meer van. Wel herinner ik me dat we een keer in de zomervakantie zes weken naar Suriname gingen om het 50-jarig huwelijk van mijn opa en oma te vieren. Dat maakt dat ik toch altijd met een soort heimweegevoel naar Suriname kom.

‘Mijn favoriete plek in Suriname? Dan kies ik toch voor ’t Vat. Zo vaak ben ik er niet geweest, maar daar voel ik me wel meteen op m’n gemak. Al voel ik me dan eerlijk gezegd ook gewoon een toerist hoor. Sranantongo? Nee, ik spreek het niet echt. En als ik het probeer, horen ze in Paramaribo binnen de kortste keren waar ik vandaan kom. Maar pas op: ik kan het prima verstaan.’

Diederik Samwel