Home Suriname Het defect in de diaspora strategie van Santokhi

Het defect in de diaspora strategie van Santokhi

106
0
het-defect-in-de-diaspora-strategie-van-santokhi

foto


Politicus Santokhi had hoog ingezet op diaspora, een van zijn speerpunten. President Santokhi is echter niet in staat om een effectieve en efficiënte strategie te ontwikkelen voor die diaspora. Wat is defect in de strategie en wat zou anders moeten, wat is de oplossing voor een goede diaspora strategie? Het succes voor het betrekken van diaspora kent weliswaar 2 kanten – Suriname en Nederland – maar in dit geval moet de nadruk liggen op het beleid in Suriname.

Er is onwil in Suriname en onmacht en onkunde bij de werkarmen in Nederland. We moeten durven de roze olifant in de kamer te benoemen. Men draait in Suriname graag om de hete brei heen. Cruijff zei ooit “Je gaat het pas zien als je het door hebt”. Het willen doorhebben van wat echt mis is, is geen teken van alleen maar kritiek hebben, maar is een eerste stap op weg naar een oplossing. Diaspora betrekken bij de ontwikkeling van het moederland is een goede en slimme gedachte en er zijn goede voorbeelden in de wereld. Maar het is belangrijk om de Surinaamse context in ogenschouw te nemen. Verwijzen naar successen elders of ervan kopiëren is te simpel.

De Surinaamse situatie is niet helemaal te vergelijken met andere landen met een omvangrijke diaspora in het buitenland. De Surinaamse gemeenschap is niet homogeen, is behoorlijk verdeeld, er is onderhuids discriminatie en racisme naar elkaar, wat mooi gecamoufleerd wordt met bromtyi dyari en de gemeenschap is klein met te veel politiek met als gevolg: te veel polarisatie in de samenleving. Dit heeft effect op de diaspora.

Surinamers zitten niet te wachten op diaspora-kennis, ze voelen zich bedreigd in hun kennis en kunde, zijn angstig dat ze de koek – voor wat er nog daar is – moeten delen. Er zijn nog steeds verwrongen emoties jegens de mensen die wel de kans hebben genomen om naar Nederland uit te wijken, het lijkt soms zelfs op afgunst. Dit alles belemmert de Surinamers om nuchter en zakelijk naar de inbreng van de diaspora te kijken waardoor ze elke kans op ontwikkeling bij voorbaat torpederen, soms opzichtig maar veelal door heel gewiekst, zand in de machines te gooien. En dan ten slotte doch niet onbelangrijk, de houding van de machthebbers. Die willen geen ‘pottenkijkers’, diaspora die hun onkunde kunnen blootleggen immers in het land der blinden zijn sommigen in Suriname liever met hun een oog graag koning.

President Santokhi moet de Surinaamse situatie onderkennen en daarop zijn strategie bouwen. Hij moet een klimaat creëren voor de influx van diaspora, hij moet werken aan de onwil in Suriname. Hij moet ervoor zorgen dat men in Suriname ontvankelijker wordt voor de diaspora, zijn beleidsmakers laten doordringen om met souplesse – niet te verwarren met voortrekken! – de diaspora te bedienen. Dit heet in jargon een cultuurshift bij de samenleving, een gedachte omwenteling, teweeg brengen.

Als de sfeer in Suriname goed is dan komt de diaspora vanzelf. Zorg ervoor dat er weinig tot geen criminaliteit is, zorg ervoor dat er geen corruptie is, zorg ervoor dat de gezondheidszorg werkt. Creëer een sfeer van zakelijkheid en professionaliteit in de omgang in plaats van een omgeving van bevoordelen op basis van ‘namen en gezichten’, etniciteit, geloof of politieke kleur. Dit vraagt om betrokken leiderschap tonen. Dit kost geen geld, dit vraagt om daadkracht.

Kortom, zorg dat het moederland uitnodigend – dat is zeker niet omdat er ineens olie en gas uit de grond gaat spuiten – genoeg is voor de diaspora.

Het beleid moet ook gericht zijn op die diaspora die materieel iets kan betekenen in Suriname vanwege zijn relevantie en vooral om zijn aantoonbare ervaring bij voorkeur in de private sector. Meer ambtenaren en politici is niet waar Suriname op zit te wachten. Suriname moet een sterke ontwikkeling in de efficiëntie in bedrijfsvoering – business transformatie – ondergaan. Dan moet je diaspora enthousiasmeren en betrekken die daar ervaring in hebben.

De president moet afstappen van de ‘kerstboom’ aan organisaties en platforms in Nederland die vooral gericht zijn op interne meetings en dikke rapporten produceren en die zijn het niveau van pakketjes en oude meubels en wat doosjes verband vanuit ziekenhuizen, nog niet ontstegen. Wat wij in Suriname zien bij de machthebbers die liever geen diaspora pottenkijkers hebben zien wij ook in Nederland. Kundige en ervaren diaspora worden vreemd genoeg niet gevonden. Die kunnen de onmacht en of onkunde bloot leggen?

Ik heb nu de olifant benoemt, laat de discussie starten om de president te helpen om de strategie aan te scherpen.

Hikmat Mahawat Khan