Home Suriname Wetsartikelen op grond waarvan Nazarali is ingesloten

Wetsartikelen op grond waarvan Nazarali is ingesloten

91
0
wetsartikelen-op-grond-waarvan-nazarali-is-ingesloten

foto


Mones Nazarali wordt vandaag voorgeleid bij de officier van justitie en ook bij de rechter-commissaris. Zijn raadsman, Greg Sitaram, heeft het verzoek tot vrijlating woensdag ingediend. De voorgeleiding vindt telefonisch plaats, zegt Sitaram aan Starnieuws. Hij is op basis van diverse wetsartikelen in verzekering gesteld, dinsdag. De advocaat vindt dat artikelen erbij gehaald zijn om de zaak meer gewicht te geven.

Op basis van artikel 179 (opruiing) en 321 belediging kon Nazarali in verzekering worden gesteld. Het is niet duidelijk wanneer hij bezig was met opruiing. Tijdens de protestactie van de boeren op 30 maart heeft Nazarali live verslag gedaan. Of hij op grond daarvan is ingesloten, is nog niet duidelijk. De raadsman hoopt dat bij de voorgeleiding zijn cliënt op vrije voeten wordt gesteld. Nazarali is intussen vanuit het ziekenhuis weer in een politiecel in Wageningen opgesloten.

Nazarali is ingesloten op verdenking van artikelen 328 (valselijke verdenking), 179 (verstoring openbare orde), 327 (lasterlijke aanklacht), 325 (eenvoudige belediging), 331 (verspreiding beledigend geschrift), 320 (smaad/smaadschrift) en 321 (laster) van het Wetboek van Strafrecht. Bij het nagaan van artikel 56 van het Wetboek van Strafvordering blijkt dat voorlopige hechtenis is toegelaten voor artikelen 179 en 321, omdat voor deze strafbare feiten vier jaar gevangenisstraf of meer is gesteld. Voor de overige strafbare feiten liggen de maximum gevangenisstraffen lager dan vier jaar. Op grond daarvan zou hij niet ingesloten kunnen worden.

De artikelen van het Wetboek van Strafrecht die opgesomd zijn in de inverzekeringstelling zijn:

Artikel 179 heeft te maken met verstoring openbare orde. Degene die met het oogmerk om verstoring van de openbare orde of ontwrichting van het economisch leven der maatschappij te veroorzaken, dan wel wetende of redelijkerwijze vermoedende, dat daarvan verstoring van de openbare orde of ontwrichting van het economisch leven der maatschappij het gevolg zal zijn, teweegbrengt of bevordert, dat meer personen nalaten of ondanks wettig gegeven last weigeren werkzaamheden te verrichten, waartoe zij zich verbonden hebben of uit kracht van hun dienstbetrekking verbonden zijn, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren en geldboete van de vierde categorie.

Artikel 321 gaat over laster. Lid 1. Degene die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt in de wetenschap dat de beschuldiging in strijd met de waarheid is, wordt, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en geldboete van de vierde categorie, hetzij met één van beide straffen.

Lid 2. Ontzetting van de in artikel 46 lid 1 onder 1° en 2° vermelde rechten kan worden uitgesproken.

Bij wet van 18 februari 2020 is de maximumstraf in artikel 321 lid 1 gewijzigd van drie jaar naar vier jaar. In de memorie van toelichting is aangegeven dat door het gebruik van moderne technologie neemt laster toe waarvan de gevolgen niet zijn te overzien. Daarom was het van belang de straf in dit artikel te wijzigen.

Artikel 328: valselijke verdenking. Lid 1. Degene die opzettelijk door enige handeling een ander valselijk onder verdenking brengt ener strafbaar feit te hebben gepleegd, wordt, als schuldig aan lasterlijke verdachtmaking, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren en geldboete van de vierde categorie, hetzij met één van beide straffen. lid 2. Bij veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 46 lid 1 onder 1° en 2° vermelde rechten kan worden uitgesproken.

Artikel 327 gaat over lasterlijke aanklacht. Lid 1. Degene die opzettelijk tegen een bepaalde persoon bij de overheid een valse klacht of aangifte schriftelijk – al dan niet met behulp van geautomatiseerde werken – inlevert of in geschrift doet brengen, waardoor de eer of goede naam van die persoon wordt aangerand, wordt, als schuldig aan lasterlijke aanklacht, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren en geldboete van de vierde categorie, hetzij met één van beide straffen.

Lid 2 Bij veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 46 lid 1 onder 1° en 2° vermelde rechten kan worden uitgesproken.

Artikel 326: belediging ambtenaar– De in de voorgaande artikelen van deze titel bepaalde gevangenisstraffen kunnen met een derde worden verhoogd, indien de belediging wordt aangedaan aan: 1°. het openbaar gezag, een openbaar lichaam of een openbare instelling; 2°. een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening; 3°. het hoofd of een lid van de regering van een bevriende staat of een internationaal beschermd persoon.

Artikel 325 gaat over de eenvoudige belediging. Lid 1. Elke opzettelijke belediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding of in gegevens uit geautomatiseerde werken, hetzij iemand, in zijn tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift of afbeelding of door toezending van gegevens uit geautomatiseerde werken, aangedaan, wordt, als eenvoudige belediging, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden en geldboete van de tweede categorie, hetzij met één van beide straffen. Lid 2. Niet als eenvoudige belediging strafbaar zijn gedragingen die ertoe strekken een oordeel te geven over de behartiging van openbare belangen, en die er niet op zijn gericht ook in ander opzicht of zwaarder te grieven dan uit die strekking voortvloeit.

Artikel 331: verspreiding beledigend geschrift. Lid 1. Degene die een geschrift, afbeelding of gegevens uit geautomatiseerde werken van beledigende of voor een overledene smadelijke inhoud verspreidt, openlijk tentoonstelt of aanslaat of, om verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen te worden, in voorraad heeft, wordt, indien diegene weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat de inhoud van het geschrift, de afbeelding of de gegevens van zodanige aard is, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden en geldboete van de tweede categorie, hetzij met één van beide straffen.

Lid 2. Met dezelfde straf wordt gestraft degene die, met gelijke wetenschap of een gelijke reden tot vermoeden, de inhoud van een zodanig geschrift of gegevens openlijk ten gehore brengt. Lid 3. Bij veroordeling wegens een van de in dit artikel omschreven misdrijven, kan de ontzetting van de in artikel 46 lid 1 onder 1° en 2° vermelde rechten worden uitgesproken.

Artikel 320 gaat over smaad, smaadschrift. Lid 1. Degene die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door beschuldiging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden en geldboete van de derde categorie, hetzij met één van beide straffen.

Lid 2. Indien dit geschiedt door middel van geschriften, afbeeldingen of gegevens uit geautomatiseerde werken, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften of gegevens waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en geldboete van de derde categorie, hetzij met één van beide straffen. Lid 3. Noch smaad noch smaadschrift bestaat voor zover de dader klaarblijkelijk heeft gehandeld in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging.

U kunt de inverzekeringstelling hier downloaden.