Home Suriname Column: Onbehaaglijke Internationale Dag van de Persvrijheid

Column: Onbehaaglijke Internationale Dag van de Persvrijheid

81
0
column:-onbehaaglijke-internationale-dag-van-de-persvrijheid

foto

Wereldwijd staat de persvrijheid onder druk. Suriname is hierop ook geen uitzondering.


De man die steeds beweert dat hij “de democratie heeft teruggebracht in Suriname”, blijkt juist de functionaris te zijn die de persvrijheid met de voeten treedt en Suriname ook internationaal schade berokkent. Het is een aanfluiting voor deze regering dat de relatie tussen vicepresident Ronnie Brunswijk en de onafhankelijke media tot het vriespunt is gedaald. De directe aanleiding hiertoe was de onacceptabele fysieke aanval op journalist Jason Pinas op 14 december vorig jaar.

Vandaag, op de Internationale Dag van de Persvrijheid, is deze zaak nog steeds niet opgelost. De tweede man van het land heeft in De Nationale Assemblee gelogen en de weerloze journalist ervan beschuldigd dat hij tot in zijn auto is gekomen om foto’s te maken. Deze regeringsfunctionaris beseft blijkbaar niet wat hij de jonge journalist heeft aangedaan. Zijn naam en beroepsintegriteit zijn door het slijk gehaald. Vóór het huis van de democratie is hij hardhandig aangepakt door lijfwachten van de vicepresident, nadat deze op hem afliepen en hem verboden foto’s te maken.

De lijfwachten van de vicepresident zitten in de beklaagdenbank en moeten hun optreden verantwoorden bij de rechter. Zoals vaak het geval is, blijft de feitelijke verantwoordelijke buiten schot. En zoals het meer voorkomt, duren rechtszaken heel lang en de getraumatiseerde journalist heeft, om zich staande te kunnen houden, zijn werk moeten hervatten, zonder dat zijn naam nog is gezuiverd. En tot overmaat van ramp is de rechtszaak die op 10 mei zou worden afgehandeld met het uitspreken van het vonnis, met een maand uitgesteld. Over het resultaat van het onderzoek naar de granaten die op zijn erf onder een auto werden aangetroffen, is nog niks bekend.

Een breed mediaveld had besloten de vicepresident voor twee maanden te boycotten, aangezien hij vaker over de schreef gaat tegenover journalisten. Met de actie is een duidelijk signaal gegeven dat dit ongewenste gedrag gewijzigd moet worden. Maar in plaats van zijn fout te erkennen en zijn attitude te wijzigen, heeft de vicepresident de situatie alleen maar erger gemaakt. Via staats- en social media wordt er sinds het incident door de vicepresident gecommuniceerd met de samenleving. Hij heeft tot tweemaal toe op de stoep van het regeringsgebouw journalisten meegedeeld dat hij niet met hen wenst te praten. Zo ontloopt hij kritische vragen en dat komt hem erg goed uit.

Hoewel president Chan Santokhi en zijn rechterhand, minister Albert Ramdin, ook na het brute optreden tegen de journalist gesteld hebben de persvrijheid hoog in het vaandel te houden, blijkt dat zij niet in staat zijn dit te laten doordringen tot de tweede man van het land. Zolang dat niet het geval is, zijn de volzinnen over persvrijheid slechts mooie woorden die niet omgezet worden in daden. In bijkans vijf maanden is deze kwestie nog niet opgelost en neemt het zelfs ergere vormen aan.

Boycotten van de media schaadt alleen maar het imago van de regering en het land, want de wereld volgt deze ontwikkelingen ook. Op 5 mei wordt tijdens een regionaal forum, waar een debat wordt gehouden over persvrijheid, deze kwestie ook aan de orde gesteld. Journalisten zullen met of zonder openbaarheid van bestuur van de zijde van de regering, toch aan de informatie komen. Het gaat hier om een principe en niet om bedelen voor een interview. Het gaat om hoe de tweede man in het land – die zelfs staatshoofd wil worden – omspringt met persvrijheid, die verankerd is in artikel 19 van de grondwet als onderdeel van de vrije meningsuiting. Het wordt tijd dat de president eindelijk spierballen toont en deze kwestie oplost. Het gaat om een principiële aangelegenheid.

Nita Ramcharan