Home Suriname Familie dyugudyugu levert advocaat Gopalrai tuchtstraf op

Familie dyugudyugu levert advocaat Gopalrai tuchtstraf op

49
0
familie-dyugudyugu-levert-advocaat-gopalrai-tuchtstraf-op

foto


Advocaat Shanti Gopalrai mag voor de duur van vier maanden het ambt van advocaat niet uitoefenen. Het Hof van Justitie, dienende als de hoger beroepsinstantie van het Advocaten Tuchtcollege (ATC) heeft haar de tuchtstraf van schorsing van vier maanden opgelegd.

Het hof concludeert dat “Gopalrai zich bij het uitoefenen van het beroep, meer dan eens schuldig heeft gemaakt aan het overtreden van de ere regelen van advocaten in Suriname”. De kamer van het hof, voorgezeten door rechter Marie Mettendaf, wees het vonnis op 11 januari 2022. Onderdeel van de beslissing is dat het vonnis bekendgemaakt wordt op de uitsprakendatabank van de website van het hof.

Een familie dyugudyugu leidde tot de aanklacht van de advocaat bij het ATC. Een jongere zus (klager) van Gopalrai vroeg het tuchtcollege om maatregelen te treffen tegen haar zus die rechtszaken aanspande tegen haar en andere familieleden. Zij moesten voor al die achttien zaken rechtsbijstand inroepen en dat kostte hen steeds geld. De klager vond dat haar oudere zus misbruik maakte van het procesrecht. Verder verstuurde de aangeklaagde advocaat ook verschillende brieven naar de werkgever van haar jongere zus. Die vond dat hierdoor haar goede naam onterecht is aangetast.

Volgens Gopalrai zijn haar huis en perceel op de veiling gezet door geknoei van haar jongere zus. Zij voelde zich bestolen en heeft daarom de weg naar de groene tafel opgezocht. Ze kwam voor zichzelf op en de privéproblemen met haar familie hebben niets te maken met haar functioneren als advocaat. Zij bleef erbij dat zij geen misbruik heeft gemaakt van het procesrecht en onbetamelijk heeft gehandeld.

De klacht werd door het ATC behandeld en die legde de advocaat op 20 mei 2020 de tuchtmaatregel van schorsing voor de duur van één jaar op. Verder werd zij verboden om gedurende twee jaren over hetzelfde onderwerp tegen haar familie te mogen procederen. Echter, de veroordeelde Gopalrai kon zich niet terugvinden in deze beslissing en stapte naar het hof. De hofkamer vernietigde de eerder opgelegde tuchtmaatregel en legde haar een tuchtstraf op van vier maanden schorsing uit het ambt.

Het hof plaatste het overzicht van de achttien rechtszaken die Gopalrai tegen haar familie aanspande tegenover de ere regels van het advocatenberoep. Zo is volgens ‘a van het Algemeen gedeelte I’ van de ere regels, een advocaat verplicht in en buiten de uitoefening van het beroep alles na te laten dat zijn stand zou kunnen schaden. Gopalrai kan “mede gelet op haar jarenlange ervaring als advocaat en na alle omstandigheden in aanmerking genomen hebbende, worden verweten bewust in strijd te hebben gehandeld” met de ere regelen. Het hof concludeert dat zij tegen beter weten in, onnodig rechtsprocessen aanhangig heeft gemaakt tegen haar jongere zus.

Verder stelt het hof: “Het siert een advocaat niet om de werkgever van een partij waartegen geprocedeerd wordt, aan te schrijven en daarbij vermoedens, insinuaties en aantijgingen, als te zijn vaststaande feiten, aan te halen.” Gopalrai gebruikte hierbij nota bene het brievenhoofd van haar advocatenpraktijk; kennelijk om meer gewicht te geven aan de inhoud.

Dit handelen kan slechts tot doel hebben gehad de goede naam en eer van de jongere zus aan te tasten. “Er bestaat in casu verwevenheid tussen het handelen van Gopalrai als advocaat, met haar optreden in de gedingen, ook al berusten die, volgens haar op een familievete. Privégedragingen van een advocaat worden in tuchtrechtelijk belang beoordeeld, wanneer door die gedragingen het vertrouwen in de advocatuur wordt geschaad.”

Met het schrijven van de brieven heeft Gopalrai in strijd gehandeld met ere regel nummer 25: “De advocaat zal zich steeds in gepaste termen uitlaten en alles vermijden, wat tot ongewenste incidenten, in het bijzonder van persoonlijke aard, aanleiding kan geven”.

Gopalrai’s overtredingen van de ere regels (a van het Algemeen gedeelte I en nummer 25), betaamt een goed advocaat niet en “kan haar daarom schending van artikel 37 van de Advocatenwet worden verweten”, stelt het hof.