Home Suriname Tegen de stroom in

Tegen de stroom in

60
0
tegen-de-stroom-in

foto


Tegen de stroom in met een korjaal een soela opvaren, betekent extra hard werken is. En je moet constant alert zijn. Door obstakels kan de korjaal omslaan. Zo kan je het gevoerde beleid in 2021 van de huidige regering het beste samenvatten. Die tegenstroom komt niet alleen van de oppositie. De rol van de vierde macht – en wel dat deel dat gelieerd is aan de oppositie – moet in dit proces zeker niet worden onderschat. Voeg hieraan toe de ontelbare vakbondsbonzen bij de vele overheidsdiensten en parastatale bedrijven.

Desondanks slaagt het regeringsteam van Santokhi erin om kleine en grote veranderingen te realiseren. Financieel is stabiliteit bereikt. Salarissen worden uit eigen inkomsten betaald. Nietsnutten op de payroll van de overheid zijn gesaneerd. Goederen die aan de staat toebehoorden zijn opgespoord en teruggehaald. Onterecht ontvangen bedragen zijn door enkelingen uit voorzorg teruggestort. Een ex-minister heeft een vrijwel nieuwe auto die hij met ‘pikin money’ had gekocht snel teruggegeven. Langzaam wordt schoon schip gemaakt. Maar de superboefjes zijn met de noordoost passaat in ‘lucht opgelost’. Niet getreurd want ook die wind zal een keer draaien.

Er lijkt ook voorzichtig sprake van een trendbreuk. Grondbeschikkingen voor de gewone man, drinkwatervoorzieningen, onderhoud- en bouw van scholen worden nu reeds aangepakt. Dat geldt ook voor wegen en bruggen en het schoonmaken van afwateringskanalen. Het volk was gewend dat deze showprojecten pas in het verkiezingsjaar werden gefinaliseerd als ruilmiddel voor stemmen. De president is in het afgelopen jaar vaker in de DNA geweest om verantwoording af te leggen of in debat te gaan met leden van DNA dan de ’tra-la-la president’ in zijn twee perioden.

Internationaal is Suriname weer op de kaart gezet. Buitenlandse regeringsleiders doen nu zaken met een president die geen veroordelingen aan z’n broek heeft hangen. Suriname wordt ook waardig vertegenwoordigd. In relatief korte tijd zijn de banden met de buurlanden Guyana en Brazilië aangetrokken; met andere landen w.o. Nederland is een basis gelegd voor een meer zakelijke verstandhouding. Dat betaalt zich nu al uit. Naast de opgerichte diaspora instituten zijn tal van projecten geïnitieerd. Dennis Lapar heeft berekend dat de huidige bijdrage van de diaspora aan de Surinaamse economie circa € 84 miljoen euro per jaar bedraagt. Onder bepaalde condities zou dit bedrag veel hoger kunnen uitvallen. Familiebanden, het pendeltoerisme maar ook kennisuitwisseling zoals tussen het Medisch diasporateam en Surinaamse ziekenhuizen blijken in deze moeilijke tijden verlichting te geven. Verschillende private initiatieven dragen een steentje zoals VG Himmat.

Een IMF-steunpakket is zeker niet iets om trots op te zijn. De belangrijkste winst is dat internationale organisaties weer vertrouwen hebben gekregen in ‘s landsbestuur. Dat was lange tijd anders. Bekend is hoe de vorige regering het IMF heeft belazerd. De maatregelen uit het Herstelplan vragen zware offers omdat 4 miljard schuld terugbetaald moet. De gewone man draait hiervoor op. En niet de mensen die de leningen hebben afgesloten en het geld hebben verbrast. Zij hebben hun privileges veiliggesteld.

De uitgeholde controlerende instituten worden goedschiks of kwaadschiks door de regering versterkt. Dat proces kost tijd en verloopt niet overal gladjes. De jarenlange ‘neks no fout’ cultuur heeft ertoe geleid dat de wurggreep van de ‘onderwereld’ en de ‘bovenwereld’ te vergelijken is met die van een aboma. Zo af toe komt men los uit deze wurggreep. Dan worden containers met illegaal hout die al klaarstonden voor uitvoer ontdekt. Of worden praktijken blootgelegd waarbij invoerheffingen werden ontdoken door ondernemers.

Deze voorbeelden laten zien dat er sprake is van ondermijning van het beleid van de huidige regering. De Staat loopt zo inkomsten mis en het volk blijft pinaren. Die ondermijning blijkt nog ernstiger nu ook sprake blijkt te zijn van betrokkenheid van (ex)militairen en politiefunctionarissen bij enkele grote drugstransporten. Maar het toppunt van ondermijning is de ‘verdwenen’ lading wapens die aan het leger toebehoorde en waarvan een deel gewoon ergens in de bush bush langs de weg is gevonden. Overigens is ook sprake van ondermijning door actoren die deel uitmaken van partijen van het regeringsteam zelf; daarvoor hoeft de president alleen naar het gedrag van die actoren te kijken inzake naleving van de Covid19 maatregelen.

Net als bij de korjaal die de tegen de stroom in de soela opvaart en alertheid voor obstakels noodzakelijk is, is alertheid is óók nu nodig. Daarom is mijn onbezoldigd advies aan de president: maak de aanpak van ondermijning tot prioriteit nr. 1 in 2022. Alleen dan kunt u een solide basis leggen om het volk uit de penarie te halen.

Drs. S. Ramkhelawan, Strategisch beleidsadviseur publiek domein