Home Suriname Constitutionele toetsing van Kiesregeling

Constitutionele toetsing van Kiesregeling

14
0
constitutionele-toetsing-van-kiesregeling

foto


In mei dit jaar verscheen het gedetailleerde eindrapport van de waarnemingsmissie van de OAS die de verkiezingen vorig jaar heeft gemonitord. Dit rapport heeft weinig (politieke) aandacht gekregen. Dit is in schril contrast met de actieve betrokkenheid van vele burgers die dagenlang geen stembus onbewaakt hebben gelaten. Het rapport van de OAS bevat – naast lof voor het harde werk – analyses en aanbevelingen die in 2025 fouten en andere onvolkomen kunnen voorkomen. Dit kan bijdragen aan een verkiezingsresultaat dat in 2025 beter de wil van de kiezer vertaalt in de samenstelling van het parlement.

Een van de punten waar de OAS de vinger oplegt is de rol van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dit departement is verantwoordelijk voor de kiezerslijst, het selecteren van stembureauleden, en het distribueren van stemkaarten. Ook bleek dat niet het OKB, maar Binnenlandse Zaken de voorlopige verkiezingsuitslagen bekend heeft gemaakt. De OAS wijst op mogelijke belangenverstrengeling wanneer een regering de verkiezing organiseert waaraan ook de coalitie partijen deelnemen. Herziening van de procedures voor benoeming van de leden van het OKB en beperking van de betrokkenheid van de uitvoerende macht bij de verkiezingen is één van de aanbevelingen voor onafhankelijkheid en objectiviteit.

De OAS zegt al eerder te hebben gewezen op de ‘scheve verhoudingen’ van het verkiezingsresultaat.  Een zetel in Wanica vertegenwoordigt 13.233 kiezers, terwijl een zetel in Coronie 1.051 kiezers vertegenwoordigt. De OAS stelde in 2015 voor, te komen tot ‘een meer evenwichtige vertegenwoordiging van de inwoners per district’. Dat betekent wijziging van de Kiesregeling, waarbij er wel zorg voor moet worden gedragen dat alle regio’s van het land gelijke toegang tot het parlement behouden.

Opeenvolgende regeringen hebben zich de afgelopen dertig jaar voorgenomen de Kiesregeling zodanig te wijzigen dat de door de grondwet voorgeschreven evenredige vertegenwoordiging wordt gerealiseerd in de samenstelling van De Nationale Assemblee. Vooral de kiezers van Paramaribo en Wanica worden nu al jaren stelselmatig sterk ondergewaardeerd. Ook de huidige regering heeft toegezegd deze problematiek aan te pakken, maar er liggen nog geen voorstellen bij het parlement. Opvallend genoeg houdt het parlement zich stil over deze belangrijke kwestie.

Ondanks het eigen verkiezingsprogramma worden er geen vragen gesteld aan de regering. Het recht om een eigen wetsvoorstel in te dienen ligt ongebruikt in de kast. Ook na drie decennia  parlementaire passiviteit. Dat partijen die bovenmatig voordeel hebben van het huidige stelsel niet staan te trappelen voor verandering is te begrijpen. Maar dat ook de andere partijen zwijgen, valt niet uit te leggen. Politieke partijen die vóór de verkiezingen beloven wijziging van het kiesstelsel na te streven zijn het aan zichzelf en de kiezer verplicht actie te ondernemen. Of dat uiteindelijk leidt tot de benodigde tweederde meerderheid is een andere vraag. Herhaaldelijk gedane verkiezingsbeloften verdienen het serieus te worden uitgevoerd.

Niet iedereen realiseert zich dat sinds kort een andere route bestaat om de Kiesregeling te wijzigen. Die loopt niet via de politiek maar via het Constitutioneel Hof. Het CH is een onafhankelijk orgaan dat controleert of een wet al dan niet in strijd is met bepalingen van de grondwet of een verdrag. Na toetsing kan een wet onverbindend worden verklaard.  Dat een constitutioneel toetsingsorgaan politieke onwil of politiek onvermogen kan afstraffen is inmiddels – naast landen als India, Jamaica, Frankrijk, de USA en Duitsland – ook in Suriname bekend. Recentelijk heeft het CH geconcludeerd dat de Amnestiewet in strijd is met verschillende bepalingen van de grondwet en enkele internationale verdragen.  De president constateerde dat regering en parlement een steekje hebben laten liggen; de amnestiewet is ingetrokken. Daar was dus het CH voor nodig.

Het is niet denkbeeldig dat hetzelfde lot de Kiesregeling kan treffen. Daarvoor is slechts nodig dat één, Surinaamse advocaat zich wendt tot het CH en zegt dat de Kiesregeling leidt tot een andere uitkomst dan de grondwetgever voor ogen stond. DNA is immers het hoogste volksvertegenwoordigende orgaan van de Staat, en moet op evenredige wijze zijn samengesteld om de wil van het volk te representeren.

Ook de OAS concludeert dat de uitslagen scheef, en dus niet evenredig zijn. Het CH zal zich bij zijn beraadslagingen niet laten leiden door partijpolitieke belangen. Getoetst wordt aan grondwettelijke en in verdragen neergelegde democratische normen en waarden.  Regering en parlement lopen het risico voor de tweede maal eraan herinnerd te worden dat bescherming van de grondwet bij hen niet in goede handen is. Het debat over de Kiesregeling hoort primair thuis in het parlement. Maar deze democratische verantwoordelijkheid moeten politici na dertig jaar wel nemen. Dat zijn zij verplicht aan de kiezer en aan de grondwet.

Hugo Fernandes Mendes