Home Suriname Column: Verbroedering’ of een instituut voor etnische studies?

Column: Verbroedering’ of een instituut voor etnische studies?

16
0
column:-verbroedering’-of-een-instituut-voor-etnische-studies?

foto


Waarom was het nodig om vorig jaar in Suriname de Internationale dag van de Vrede te versmallen tot een ‘Nationale’ dag van verbroedering en eenheid?  Ik prijs mij gelukkig zowel Jopie Pengel als Jagernath Lachmon persoonlijk te hebben mogen ontmoeten en spreken. Daarnaast heb ik ruim tien jaren geïnvesteerd in studie over het leven van deze markante Surinamers. Jagernath Lachmon ben ik erkentelijk dat hij steeds weer een open deur voor mij had tijdens mijn promotieonderzoek. Dat Jagernath Lachmon aanwezig was bij mijn promotie en mij zei dat bij het lezen van mijn proefschrift het leek alsof zijn leven als een film aan hem voorbijging, zie ik nog steeds als een extra kroon op mijn werk.

In mijn proefschrift heb ik – naast lof voor de verbroederingspolitiek – ook de korte houdbaarheidsdatum daarvan aangegeven. Als essentiële reden daartoe zie ik de afwezigheid van een theoretische onderbouwing van deze politieke gedachte. Hierdoor konden de grote politieke spelers van die dagen – Pengel en Lachmon –  een verschillende uitleg geven aan deze gedachte. Dr. Jules Sedney heeft zich onsterfelijk gemaakt middels de volgende omschrijving: De verbroederingspolitiek is de romantische benaming van het verstandshuwelijk tussen de NPS en de VHP, en van de politieke symbiose tussen de politieke leiders Johan Pengel en Jagernath Lachmon.

Wat het woord Eenheid betreft, kan ik kort zijn. In Suriname geven politici vaak een dusdanige opportunistische en egocentrische draai aan de betekenis van dit woord dat de honden daar geen brood van lusten. Hoe meer sommige politici het woord Eenheid in de mond nemen hoe meer ik nationale verdeeldheid hoor naklinken.

De verbroederingspolitiek van Lachmon en Pengel kende geen theoretische onderbouwing, maar de kennelijke consensus tussen de leiders was het behouden van een zekere balans tussen de (twee grote) etnische groepen.  

Pengel – als leider van voornamelijk de afro Surinamers maakte zich er in de jaren vijftig van de vorige eeuw sterk voor dat veel van zijn volgelingen een job kregen in de overheidssector, waar zij – vanwege discriminatoire gronden –  lang uit geweerd werden, ondanks hun opleiding. Dat daarbij de stroom van partijgenoten naar deze sector ertoe leidde dat het aandeel van de afro Surinamers in de ambachtelijke beroepen zienderogen afnam werd óf niet bemerkt, voor lief genomen of gebagatelliseerd.

De volgelingen van Lachmon – eerst Brits Indiërs, toen Hindostanen genoemd – waren als contractarbeiders naar Suriname gekomen en vonden hun dagelijks brood in de agrarische sector. Met de maatschappelijke veranderingen na WOII kwam er veel emplooi in de handel en de overige delen van de particuliere sector. Daar zag, zocht en vond Lachmon emplooi voor veel van zijn volgelingen. De stilzwijgende balans die deze twee politici voor ogen hadden heeft decennialang standgehouden. Maar het was voorzienbaar dat in een dynamische wereld deze balans niet eeuwig stand zou houden. En precies hier deed het ontbreken van een theoretische onderbouwing van de verbroederingstheorie en een ontwikkelde toekomstvisie zich gevoelen. Ontwikkelingen werden op hun beloop gelaten. Er werd onvoldoende gestuurd.

In plaats van het zoeken naar fundamentele oplossingen voor dit niet eenvoudig vraagstuk binnen een multi-etnische samenleving, werd gekozen voor het herdenken van een principe dat haar naamgever niet overleefd heeft. Overigens staan de historische feiten niet aan de zijde van de VHP. De letters VHP stonden vanaf de oprichting in 1949 tot 1973 respectievelijk voor Verenigde Hindostaanse Partij. Verenigde Hindoe Partij en Vatan Hitkari Partij. Toen de partij in 1973 de naam van Vooruitstrevende Hervormingspartij aannam veranderde niet veel aan de samenstelling van het ledenbestand.

In 2020 was de VHP succesvol in het verwerven van een aanzienlijk aantal stemmen uit andere etnische groepen dan de tot dan gebruikelijke etnische groep. Echter blijkt nu duidelijk hoe moeilijk het is om deze stemmen proportioneel in politieke benoemingen om te zetten. Als de regering waar de voorzitter van de VHP-leiding aangeeft direct na haar aantreden wordt beschuldigd van het voeren van een friends, family en etnisch geprofileerd beleid dan krijg je niet alleen teleurgestelde mensen, maar ook mensen tegen jou.

Veel Surinaamse politici moeten leren dat zodra ze geroepen worden een publieke functie te vervullen zij het enge groepspaadje dienen te verlaten en het volk voor te gaan op de brede nationale wegen die leiden tot duurzame ontwikkeling voor het totale volk. No one is left behind!!!  Dit moet niet slechts met woorden, maar vooral met DADEN.

Het is evident dat de door Pengel en Lachmon kennelijk nagestreefde balans reeds jaren ‘verstoord’ is. Maar in plaats van speculatieve waarneming als leidraad te gebruiken en in oeverloze welles nietes discussies te vervallen, lijkt in de multi-etnische samenleving als de onze een instituut voor etnische studies noodzaak. Meten is weten, maar op basis van de bevindingen van zo’n instituut zou ook gericht nationaal beleid kunnen worden geformuleerd c.q. bijgestuurd.

Hans Breeveld