Home Suriname We zijn allemaal een beetje nepotistisch

We zijn allemaal een beetje nepotistisch

19
0
we-zijn-allemaal-een-beetje-nepotistisch

foto


De regering Santokhi maakt schoon schip. De wisselkoers blijft stabiel, het begrotingsgat wordt kleiner, schulden worden geherstructureerd, vriendschapsbanden met kennislanden zijn hersteld. Muffe nyan patu’s worden op tijd ontdekt en blootgesteld aan de frisse lucht, een indicatie dat de democratie werkt. Maar wat mensen constant kwaad maakt, zijn nepotisme en ondoorzichtige benoemingen. Het is waar dat alle regeringen in Suriname zich schuldig maken aan vriendjespolitiek. Dit wordt na elke verkiezing bevestigd: elke nieuwe regering komt met nieuw personeel.

2010-2020 was de ‘gouden eeuw’ van nepotisme, met veel benoemingen van familie en vrienden tot minister, commissaris, directeur, chef of adviseur. Het probleem waarmee president Santokhi wordt geconfronteerd, is dat hij vóór de verkiezingen anti-nepotisme was en na de verkiezingen pro-nepotisme gedrag toont.

Nepotisme is volgens van Dale: de onrechtmatige begunstiging van familie of vriendjes bij het vergeven van posten. Maar wat als de vriend of het familielid bij uitstek geschikt is voor de baan? Hier begint de discussie. Nepotisme is niet simpel goed of fout. Het heeft voor- en nadelen. Er zijn verschillende vormen van nepotisme. Allereerst is het een menselijk instinct. Ouders begunstigen hun kinderen. Ze doen dit uit liefde. Maar liefde betekent vaak dat je van sommige mensen meer houdt dan van anderen. De ouders zijn zelf vaak door vriendjespolitiek omhoog geklommen om een betere positie te verwerven en hun kinderen competenter te maken door beter onderwijs. Mensen hebben een voorkeur voor hun eigen etnische groep en cultuur. Een vorm van nepotisme is ook: ‘niet wat je weet, maar wie je kent is belangrijk’. En wie zou een comfortabele baan en levenslange zekerheid weigeren op basis van vriendjespolitiek?

In de politieke arena is vriendjespolitiek een kwestie van geven en nemen: voor wat, hoort wat. Er is wederkerigheid. En in tegenstelling tot vroeger is aantoonbare competentie nu wel een vereiste (misschien minder bij de vicepresident). Het lijken niet de benoemingen van vrienden, maar eerder de familiebenoemingen, die afkeer opwekken bij het volk. Een familielid kan heel geschikt zijn voor de baan, maar die bekwaamheid is voor mensen ‘moeilijk’ in te schatten, tenzij je de persoon goed kent, terwijl de familieband ‘eenvoudig’ is vast te stellen. Men ziet alleen de ‘eenvoudige’ familieband en niet de ‘moeilijke’ informatie, en spreekt van nepotisme. Deze subjectieve kijk is genoeg om grote schade aan te richten, in die zin dat het volk het vertrouwen verliest in eerlijke processen, dat men cynisch, ontevreden, stil en overspannen wordt, en de neiging krijgt om de straat op te gaan om lawaai te maken. Tegenwoordig wordt ook etniciteit simpelweg in verband gebracht met nepotisme, ongeacht competentie of kwalificatie: ‘die persoon wordt benoemd, omdat hij op Chan lijkt’. Het is pure emotie.

Nepotisme botst met het idee van gelijkheid en verdienste, maar blijft hardnekkig bestaan. De reden is dat te veel mensen ervan profiteren. Het is als smeuïge pindakaas over de samenleving gesmeerd. Het wordt algemeen verafschuwd, maar algemeen beoefend. Een regering van pure verdienste en pure gelijkheid in benoemingen is een hersenschim. De voorkeur voor de eigen groep is een empirisch gegeven. Zelfs als je helemaal opnieuw zou beginnen met principes van gelijkheid en verdienste, zou nepotisme weer binnensluipen. Je kan het niet uitbannen, je moet het beheersen. Bijvoorbeeld door wetgeving en duidelijke, eerlijke en transparante regels voor benoemingen.

Nepotisme gekoppeld aan competentie hoeft niet slecht te zijn. President Santokhi’s vriendjespolitiek verdient geen lof, maar het kan worden verdedigd. Competentie is noodzakelijk, maar niet voldoende. Ook eerlijkheid en motivatie spelen een rol. Het is logisch dat de president mensen inhuurt die een korte leercurve nodig hebben om het herstelplan uit te voeren, dat hij mensen kiest met wie hij een wederzijdse sociale band heeft, met wie hij kan opschieten en ‘snel’ kan vertrouwen. Hij zal gek zijn om iemand in dienst te nemen wiens loyaliteit twijfelachtig is of die hem een lelijke poets kan bakken. Het is heel moeilijk om iemand aan te nemen op basis van alleen verdienste. Daarom is nepotisme zo’n prominente kracht in de samenleving.

Zoals gezegd zijn het niet de vriendenbenoemingen maar vooral de familiebenoemingen die schade aanrichten. In de politiek moeten deze daarom worden vermeden. President Santokhi’s vriendjespolitiek kan niet worden verontschuldigd met betrekking tot de familiebenoemingen. En de ABOP is een cluster van vulgair clannepotisme. President Santokhi kan zichzelf verheffen door zijn familiebenoemingen terug te draaien. Beter ten halve gekeerd, dan ten hele gedwaald. Het zou een grote stap uit de morele crisis zijn. Vp Brunswijk kan dan ook niet achterblijven. Zo niet, dan is deze regering met betrekking tot nepotisme: nieuw geluid, oude koek. En is de president een wandelende contradictie.

D. Balraadjsing