Home Nederland RIVM: ‘Kabinet maakt andere inschatting dan wij over hoe ver we zijn...

RIVM: ‘Kabinet maakt andere inschatting dan wij over hoe ver we zijn met vaccineren’

22
0
rivm:-‘kabinet-maakt-andere-inschatting-dan-wij-over-hoe-ver-we-zijn-met-vaccineren’

De coronacijfers lijken tamelijk gunstig, maar bij dat beeld passen kanttekeningen. De vakanties verminderen het aantal positieve tests en in het verlengde daarvan de ziekenhuisopnames.

Maar de vakantieperiode is straks voorbij en dan kon wel eens een omgekeerd seizoenseffect optreden. Het kabinet handhaaft daarom de meeste coronamaatregelen. Behalve in het hoger onderwijs. En daar worden ze eerder afgeschaft dan het OMT adviseert.

De NOS sprak daarover met Jaap van Dissel, directeur van het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb) van het RIVM en Susan van den Hof, hoofd Epidemiologie en surveillance van infectieziekten daar.

Het OMT wilde de 1,5 meter in het mbo en hoger onderwijs op 20 september loslaten. Het kabinet doet het drie weken eerder. Vanwaar dit verschil?

Jaap van Dissel: “Dat verschil komt voort uit een iets andere inschatting hoe ver je bent met het vaccineren en de twee weken erna om antistoffen op te bouwen. Het kabinet kijkt eigenlijk naar het moment waarop mensen vaccinatieafspraken konden maken, wij naar het tijdstip waarop de afspraken daadwerkelijk gemaakt zijn.”

Het kabinet wil op diezelfde 20 september de 1,5 meter overal loslaten. Wat zegt het OMT daarover?

Van Dissel: “De viruscirculatie is afhankelijk van een aantal factoren, bijvoorbeeld hoeveel mensen van een buitenlandse vakantie terugkomen met een infectie, of ze zich laten testen en als ze positief zijn in isolatie gaan. We zien nu ook een afvlakking van de daling van het aantal positieve testen. Dat levert zoveel onzekerheden op dat het niet mogelijk was om dat te modelleren.”

Susan van den Hof: “De R-waarde is wat opgelopen maar was op 29 juli nog steeds onder de 1. Dat betekent dat de epidemie kleiner werd. We zullen gewoon moeten kijken wat er gaat gebeuren na de vakantieperiode.”

Het kabinet kondigt aan dat er meer versoepelingen komen op 20 september en daarna op 1 november. Het OMT mag daar tegen die tijd nog een advies over geven.

Van Dissel: “Wij beoordelen of het kan. Als het kabinet een andere afweging maakt dan wij adviseren, wordt dat wel duidelijk, zoals dat nu gedeeltelijk ook het geval is. Wij adviseren op basis van de epidemiologie. Ik begrijp dat het kabinet perspectief wil bieden. Dat is neergezet tijdens de persconferentie. Het OMT zal op dat moment adviseren of het op genoemde data kan.”

Een ander onderwerp, welke invloed gaat het seizoeneffect hebben in de komende periode?

Van Dissel: “In deze fase hebben we een gunstig seizoeneffect dat meehelpt bij de bestrijding van de epidemie. In de herfst valt dat weg, dan helpt alles wat je doet tegen het coronavirus wat minder mee, precies zoals het nu wat meer bijdraagt. Dat gaat om zo’n 10 tot 15 procent. Dat seizoeneffect speelt altijd mee en het maakt de situatie wat meer of juist wat minder kritisch.”

“Bij de afgelopen vierde golf bijvoorbeeld, zag je een pijlsnelle toename gevolgd door een redelijk snelle afname die nu wat lijkt te stagneren. We moeten nog zien waar dat precies eindigt. De belangrijkste maatregelen die we vanwege die toename hebben genomen waren kijken naar het bron- en contactonderzoek en naar de plekken waar de verspreiding vooral plaatsvond.”

“Het ging met name om jongeren die besmet raakten en dan met name in de nachthoreca. Daartegen waren de maatregelen gericht. Verder zijn eigenlijk alleen de openingstijden van de gewone horeca iets beperkt. De reden van die pijlsnelle toename werd weggenomen door de sluiting van de nachthoreca. Met als resultaat een snelle afname en weinig verspreiding van het virus van die jongeren naar andere groepen. Waar dat toch gebeurde betrof het in 85 tot 90 procent van de gevallen ongevaccineerden. Vaccinatie helpt dus. In het najaar was het wellicht anders gelopen, omdat we dan het seizoeneffect tegen ons zouden hebben gehad en dan had het OMT misschien meer maatregelen geadviseerd.”

Steeg het aantal positieve tests aan het begin van de zomer vooral in wijken met een lage vaccinatiegraad?

Van den Hof: “De nachthoreca was de hotspot, de verspreiding was onder jongeren en maar beperkt onder oudere groepen. We zien nu niet dat het bijvoorbeeld in de Biblebelt heel veel meer is toegenomen dan elders. Het was een explosie van besmettingen in het hele land. Jongeren komen overal vandaan en dat feesten gebeurde in het hele land. De verspreiding die optrad was in de directe omgeving van de jongeren, ouders, collega’s, maar omdat het zo kortdurend was is er geen extra verspreiding opgetreden in gebieden met een lagere vaccinatiegraad.”

In het 121ste OMT-advies hebben jullie het kabinet geadviseerd met aanpassing van de regels rond vakanties te wachten tot half september, als iedereen de kans heeft gehad om zich te laten vaccineren. Dat is niet gebeurd.

Van Dissel: “Dat advies was vooral ingegeven door de kennis van vorig jaar: weten wat er met vakanties en dan vooral onder groepen jongeren gebeurde. Je moet dus zicht houden op de instroom van eventuele gevallen en verhinderen dat die verspreiden. Door testen en isolatie na een positieve test hoop je te voorkomen dat het net zo gaat als vorig jaar.”

“Uiteindelijk is de circulatie van het virus binnen Nederland, plus wat daar bij komt door de vakantiegangers, bepalend voor het najaar. Die import van het virus wil je zo veel mogelijk beperken, vandaar dat testadvies. In ieder geval wil je in de herfst de situatie op het moment dat je al of niet gaat versoepelen, maximaal beheersen. Van de najaarsgolf van 2020 was de helft te herleiden op importgevallen. Je wil weten wie met een infectie terugkomen uit het buitenland en dat die personen in isolatie gaan.”

Het aandeel vakantiegangers in het totaal aantal positieve testen stijgt wekelijks, tot vorige week 12 procent. Baart dat getal jullie zorgen?

Van den Hof: “Nee, er komen steeds meer mensen terug van vakantie, dus het is logisch dat een groeiend aandeel van de positief geteste mensen in het buitenland is geweest. Dat zal nog wel verder stijgen. Je wil ook heel graag dat ze zich laten testen. Van de positieven weten we precies welk aandeel in het buitenland is geweest, maar dat weten we niet van negatief geteste mensen. De positieve testen zijn voornamelijk van jongeren, van wie we weten dat ze de meeste contacten hebben. Dat zal op vakantie ook zijn.”

Het is onbekend hoeveel mensen zich niet laten testen na terugkeer van vakantie.

Van den Hof: “Als de verspreiding enorm toeneemt gaan we die mensen terugzien in de algemene cijfers over de virusverspreiding en in het bron- en contactonderzoek.”

Van Dissel: “Aan de berichten over toeristen die ergens in een quarantainehotel zitten, omdat ze positief getest zijn vóór ze het vliegtuig namen, zie je ook dat het echt anders gaat dan een jaar geleden. Heel vervelend voor de betrokkenen maar het laat zien dat dit soort maatregelen effect hebben.”

Er zijn veel berichten dat controles aan de gate op vliegvelden en aan de grenzen niet echt waterdicht zijn.

Van Dissel: “Voor de virusbestrijding zou het uiteraard goed zijn als we een compleet beeld hebben. Zo adviseren we ook, maar dat moet vertaald in een uitvoerbaar beleid. We weten immers ook dat ongeveer de helft van de mensen met klachten zich niet laat testen. Je mist altijd een deel, maar dat kun je wel meenemen in berekeningen. Bij elke infectieziekte geldt dat de setting waarin die optreedt en het menselijk gedrag van grote invloed zijn.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here