Home Suriname Initiatiefwet om gewijzigde Amnestiewet in te trekken

Initiatiefwet om gewijzigde Amnestiewet in te trekken

18
0
initiatiefwet-om-gewijzigde-amnestiewet-in-te-trekken

foto


Assembleeleden Asis Gajadien (VHP) en Ivanildo Plein (NPS) hebben een initiatiefwet ingediend om de gewijzigde Amnestiewet van 5 april 2012 in te trekken. Dit, op basis van de beslissing van het Constitutioneel Hof dat deze wet in strijd is met de grondwet en internationale bepalingen. Indien de wet wordt ingetrokken, komen de aanpassingen die zijn gepleegd in de Wet van 2012 te vervallen en zijn de bepalingen die daarvoor golden, wederom van kracht.

De initiatiefnemers voeren in de memorie van toelichting aan dat in de samenleving sedert de aanname van de wijziging van de Amnestiewet 1989 in 2012, diverse uiteenlopende meningen zijn. Dit, op basis van het staatsrechtelijke, strafrechtelijke, alsook de strafvorderlijke en maatschappelijke gevolgen van deze wet. Niettegenstaande het recht van De Nationale Assemblee over het verlenen van amnestie ingevolge artikel 72 van de grondwet, gaf de aanwending van dat recht aanleiding voor de essentiële vraag of het moment van aanname al dan niet in strijd was met artikel 131 lid 3 van de grondwet. Hierin is vastgelegd dat elke inmenging over de opsporing en de vervolging en in zaken bij de rechter aanhangig, verboden is.

Bij de uitspraak van de Krijgsraad, op 11 mei 2012 is de prejudiciële vraag geformuleerd in hoeverre met de wijziging van de Amnestiewet inbreuk is gemaakt op het bepaalde in artikel 131 lid 3 van de grondwet. Er is dus sprake van inmenging in een zaak bij de rechter aanhangig. Op basis hiervan diende de Amnestiewet getoetst te worden aan de grondwet of enige volkenrechtelijke overeenkomsten.

De Krijgsraad heeft op 9 juni 2016 vastgesteld, dat de wetswijziging op het moment dat de strafzaken in een dergelijk vergevorderd stadium van behandeling waren, zonder meer als inmenging in een lopende strafzaak moest worden aangemerkt. Dit is volgens artikel 131 lid 3 van de grondwet verboden en heeft de wet buiten toepassing gelaten.

Op 13 mei 2020, hebben enkele Assembleeleden de concrete rechtsvraag aan het Constitutioneel Hof voorgelegd, of de wijziging Amnestiewet uit 2012, in strijd is met de Grondwet en internationale verdragen. Het Constitutioneel Hof stelde vast dat de “Decembermoorden uit 1982” definitief niet in aanmerking komen voor amnestie, aangezien de Amnestiewet van 2012 in strijd is met zowel de grondwet als internationale mensenrechtenverdragen (de artikelen 2 en 14 van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en de artikelen 1, 8 en 25 van het Amerikaans Verdrag inzake de Rechten van de Mens).

Op grond van artikel 144 van de grondwet is bepaald in lid 3, dat ingeval het Constitutioneel Hof oordeelt dat er strijdigheid is met één of meer bepalingen van de grondwet of van een overeenkomst met andere mogendheden en met volkenrechtelijke organisaties, de wet of gedeelten daarvan dan wel besluiten van de overheidsorganen, geacht worden onverbindend te zijn.  

Op grond van deze beslissing van het Constitutioneel Hof is de wijziging Amnestiewet 2012, onverbindend met ingang van de dag van beslissing van het Hof. Het rechtszekerheidsbeginsel roept een noodzaak tot intrekking van deze wetswijziging, stellen de initiatiefnemers.