Home Suriname Is het nog zinvol om de wijziging van de Amnestiewet in te...

Is het nog zinvol om de wijziging van de Amnestiewet in te trekken?

84
0
is-het-nog-zinvol-om-de-wijziging-van-de-amnestiewet-in-te-trekken?

foto


Op 12 mei 2021 heeft de Stichting 8 december 1982 in een brief aan de President van de Republiek Suriname een beroep op de regering gedaan om aan de Assemblée voor te stellen de Wet van 5 april 2012, houdende wijziging van de Amnestiewet van 1989/1992 in te trekken. Daarbij zijn 12 argumenten naar voren gebracht, waarbij onder meer is gewezen op de verplichtingen van de Staat om onderzoek te doen naar mensenrechtenschendingen, vervolgingen in te stellen en straffen op te leggen aan de schuldig bevondenen, de rechten van slachtoffers en nabestaanden te respecteren, terwijl de bedoelde wijziging van de Amnestiewet dit in strijd met internationale mensenrechtenverdragen belemmert.

De Krijgsraad heeft op basis van de Grondwet van Suriname op 9 juni 2016 en op 29 november 2019 geoordeeld dat artikel 1 van die gewijzigde Amnestiewet ongeoorloofd is en die bepaling buiten toepassing gelaten.

Het Constitutioneel Hof heeft 22 juli 2021 geoordeeld dat bedoelde wijziging van de Amnestiewet van 5 april 2012 in strijd is met bepalingen van de Grondwet van Suriname en met bepalingen van twee internationale verdragen, waarbij Suriname partij is, te weten het Inter-Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (AVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (BUPO). Op grond van art. 144 lid 3 van de Grondwet en art. 28 lid 1 van de Wet Constitutioneel Hof is die wet van rechtswege dus onverbindend (niet meer werkzaam).

Op 26 juli jl. heeft President Santokhi verklaard dat de uitspraak van het Constitutioneel Hof ook een signaal aan de wetgevende macht: regering en parlement heeft gegeven.” Laten wij een goed parlement zijn, een rechtsstatelijk parlement. Ik roep vanuit deze plaats uw geacht college ook op om samen met de regering als wetgevende macht te kijken of we niet zo snel mogelijk een wet moeten indienen, om die Amnestiewet in te trekken”.

Het Human Rights Committee van de United Nations  heeft in Concluding Observations van 3 december 2015 in the third periodic report of Suriname to implement the provisions of the International Covenant on Civil and Political Rights (BUPO in par. 22 van het report:

Recalling its previous recommendation (CCPR/CO/80/SUR, para. 7), the State party should repeal the Amnesty Act.  It should also comply forthwith with international human rights law requiring accountability for those responsible for serious human rights violations in respect of which States are required to bring perpetrators to justice, including by completing the pending criminal prosecutions. In this regard, the Committee draws attention to its general comment No. 31 (2004), that States parties may not relieve the perpetrators of acts such as torture, arbitrary or extra-judicial killings or enforced disappearance of their personal responsibility (para. 18). Dit verzoek om de wijziging van de Amnestiewet in te trekken wordt op 1 augustus 2018 herhaald door de The Special Rapporteur for Follow-up to Concluding Observations  (Report on follow-up to concluding observations of the Human Rights Committee, CCPR/C/123/2).

Uit de uitspraak van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens in de Case of Almonacid-Arellano et al v. Chile, Judgment of September 26, 2006 blijkt uit par. 118 . Pursuant to Article 2 of the Convention, such adaptation implies the adoption of measures following two main guidelines, to wit: i) the annulment of laws and practices of any kind whatsoever that may imply the violation of the rights protected by the Convention, and ii)…

Het Constitutioneel Hof vervult ook een zg. epuratieve functie (MvT bij Wet Constitutioneel Hof, pag. 21): “Consistentie binnen de wetgeving wordt immers gediend, wanneer deze “geschoond” wordt van met Grondwet of volkenrechtelijke overeenkomst strijdige wettelijke bepalingen. Aangezien dergelijke bepalingen door de beslissing van het Hof van rechtswege (ipso iure) onverbindend worden, is het verder des wetgeving om deze in te trekken, te vervangen, te verbeteren of aan te vullen.  

CONCLUSIE:

Al het vorenstaande afwegende  zijn er mijns inziens voldoende argumenten voor de wetgever (De Nationale Assemblee en de Regering gezamenlijk, art. 70 GW) om de wijziging van de Amnestiewet van 5 april 2012, welke wet onverbindend is geworden door de uitspraak van het Constitutioneel Hof van 22 juli 2021, alsnog formeel in te trekken (hoewel dit voor het proces van de zg. Decembermoorden dus niet strikt noodzakelijk is).

Mr. E.H.J. van den Boogaard    

10 augustus 2021

(U kunt het gehele artikel hier downloaden)