Home Suriname 100 jaar bevolkingsboekhouding in Suriname

100 jaar bevolkingsboekhouding in Suriname

23
0
100-jaar-bevolkingsboekhouding-in-suriname

foto


Vandaag, 1 augustus 2021, bestaat het bevolkingsregister in Suriname precies 100 jaar. Dit is een historische feit die niet onopgemerkt voorbij mag gaan. In 1917 werd officieel bij verordening (wet) van 30 april 1917 bepalingen vastgesteld over het houden van bevolkingsregisters in Suriname. Bijkans 3 jaar later werd bij besluit van 4 mei 1921 uitvoering gegeven aan artikel 1 van deze wet welke inhield de vaststelling van bepalingen betreffende het houden van bevolkingsregisters. Dit besluit staat tegenwoordig bekend onder de naam ‘Besluit Bevolkingsregisters’ en trad in werking op 1 augustus 1921 met uitzondering van de artikelen 8 tot en met 21 die in werking traden tegelijkertijd met de verordening van 30 april 1917. Met dit besluit werd daarom de instelling van bevolkingsregisters in Suriname per ingaande 1 augustus 1921 een feit.

Volgens de historicus, drs. Maurits Hassankhan, vond deze institutionalisering van het bevolkingsregister in 1921 plaats op basis van de eerste gehouden volkstelling van 1921. Over deze volkstelling vertelt hij dat die alleen gehouden was in de kustgebied, terwijl er ten aanzien van de bevolking in het binnenland van Suriname slechts een schatting was gemaakt. Hij vertelt verder dat gelijk na de verordening men over is gegaan tot het instellen van het centraal bureau voor burgerregistratie. Voor zover hij kan heugen toen hij nog een kleine jongen was, was de eerste vestiging van dat kantoor op de hoek van de Wilhelminastraat/Sommelsdijckstraat en later werd dat kantoor verhuisd naar het pand waar thans het Kabinet van de President is gevestigd.

Hassankhan neemt een misvatting weg door te vertellen dat de bevolkingsboekhouding reeds vóór 1921 bestond. Volgens hem was er in 1808 onder het Engels tussenbestuur ook een volkstelling gehouden op basis waarvan een bevolkingsboekhouding, hoe gebrekkig en informeel ook, werd bijgehouden. Daarbij werd de bevolking verdeeld in drie groepen, namelijk a) de blanken; b) de niet-blanke vrije mensen (kleurlingen); c) en de tot slaaf gemaakten. Dit onderscheid werd gedurende de gehele koloniale periode gemaakt. Vóór 1863 werd in het bevolkingsboekhouding ook het onderscheid gemaakt tussen de blanken en de gemanumitteerde. Deze laatsten waren de personen die individueel vrijgekocht waren door hun meesters of zij die zichzelf hadden vrijgekocht, want dat mocht ook. Na 1863 werd het onderscheid verder uitgebreid met de slaven die hun vrijheid hadden gekregen. De registratie van deze groep in de bevolkingsboekhouding werd heel goed bijgehouden omdat hun meesters geld kregen van het toenmalig gezag in de vorm van een schadeloosstelling hetgeen 300 gulden per in vrijheid gestelde slaaf bedroeg. Het was een soort “onteigening” van de tot slaaf gemaakten van de slavenmeesters en daarvoor ontvingen ze de schadeloosstelling. In 1928 werd de onderdaanschap ingevoerd. De immigranten waren vreemde staatsburgers. Maar hun nakomelingen die in Suriname waren geboren, werden automatisch Nederlandse onderdanen. Dat werd vanaf 1928 ook vastgelegd in de bevolkingsboekhouding om zodoende de nationaliteit van die personen aan te geven.

Bevolkingsboekhouding was volgens Hassankhan de hoofdtaak van dat kantoor. Een secundaire taak was het houden van volkstellingen. Zo werd in 1950 de tweede volkstelling en in 1964 de derde volkstelling gehouden. Later kwam er nog een taak bij, namelijk het helpen organiseren van verkiezingen waarvoor actuele kiezers data nodig was. In 1949 werden de eerste verkiezingen op basis van het algemeen kiesrecht gehouden waarbij dit instituut de data voor de samenstelling van de kiezerslijsten heeft afgeleverd.

Een terugblik naar de 100 jaren van de bevolkingsboekhouding blijkt dat de Surinaamse literatuur op dit gebied zeer arm is. Een van de weinige ambtenaren die interesse voor de vastlegging heeft getoond en gezorgd is Anton Paal. Over het algemeen bestaat er op dit gebied gebrek aan inzicht in doel, betekenis en waarde van de bevolkingsboekhouding. De kardinale rol die de bevolkingsboekhouding voor de samenleving inclusief voor de overheid heeft, is na 100 jaar nog niet genoegzaam doorgedrongen. Het is tijd dat die rol wordt erkend.

De wetten die honderd jaar geleden zijn gemaakt, zijn op geringe wijzigingen na nog steeds ongewijzigd gebleven. Dit heeft de ontplooiing van het bevolkingsregister of bevolkingsboekhouding ernstig verstoord. Over het Besluit Bevolkingsregisters schreef ondergetekende reeds in het jaar 2010 in zijn master thesis: “Dergelijke verouderde wetgeving heeft mede bijgedragen tot de stagnatie van de ontwikkeling die bevolkingsadministraties in andere landen hebben doorgemaakt. Het is derhalve ook niet zomaar een kanttekening van ZENC B.V. geweest in 2010 toen die in een project rapport ten behoeve van het Centraal Bureau voor Burgerzaken (C.B.B.) schreef: ‘The C.B.B. has to make a large step to overcome the last 90 years to be ready for the next 90 years.’ Evenzo heeft Anton Paal in het jaar 2013 in zijn “Handleiding Bevolkingsboekhouding”: “Ter uitvoering van het gestelde in dit artikel werd bij besluit van 4 mei 1921 (G.B. No.21) regels vastgesteld. Dit besluit is meer dan 91 jaren oud. Het behoeft dus geen betoog dat deze regels sterk verouderd en aan verandering toe zijn.”

Ondergetekende heeft met dit artikel een aanzet gegeven tot nadenken en het aanwakkeren van ambtenaren, studenten en anderen om over de bevolkingsadministratie in Suriname verder onderzoek te doen en zich te verdiepen in de materie. Ook zal het heel goed zijn dat de regering in verband met dit 100 jarig bestaan van het bevolkingsboekhouding in Suriname een gedenkboek schrijft in samenwerking met de Anton de Kom Universiteit van Suriname.

Mr. Samseerali Sheikh-Alibaks, MSc.

Gewezen directeur CBB

Voorzitter OKB