Home Suriname Tijd dringt; financiële gevolgen Suriname om de hoek

Tijd dringt; financiële gevolgen Suriname om de hoek

34
0
tijd-dringt;-financiele-gevolgen-suriname-om-de-hoek

foto


De tijd dringt voor Suriname. Het niet voldoen aan de 40 richtlijnen van de Financial Action Task Force (FATF) regels, kan leiden tot ernstige financiële gevolgen voor het land. In 2019 uitte voorzitter Roy Baidjnath Panday van de Nationale Anti-Money Laundering Commissie (NAMLAC) al punten van zorg. Twee jaar verder is die bezorgdheid niet minder geworden.

De Caribische FATF (CFATF) heeft de vierde landenevaluatieronde van Suriname vóór maart 2022 gepland. Uiterlijk zes maanden van te voren moeten de nodige documenten worden ingeleverd. “Er zijn nog veel issues waar Suriname enorme verbeterstappen moet zetten”, zegt Baidjnath Panday in gesprek met Starnieuws. “Bij een negatieve normering zullen internationaal gerenommeerde instanties huiverig zijn om kapitaal beschikbaar te stellen voor projectontwikkeling in Suriname – hetzij in de publieke of private sector”, waarschuwde hij al in 2019. Anno 2021 deelt hij deze opvatting nog steeds. “Het vinden van internationaal ‘schoon’ kapitaal zal heel erg moeilijk worden en financiële transacties van en naar het buitenland zullen veel duurder worden voor de consument.”

Baidjnath Panday wijst erop dat hoewel de focus bij de FATF-aanbevelingen ligt op antiwitwassen en antiterrorismefinanciering, er meerdere gebieden zijn waarop Suriname (nog) beleid moet ontwikkelen, wil het een positieve beoordeling krijgen. Bijvoorbeeld fiscale overtredingen, corruptie, illegaal handelen in wapens en munitie, mensenhandel, wildlife-crime, milieuvervuiling en middelenbron van onder meer niet-gouvernementele organisaties (Ngo’s). “We mogen misschien op dit moment geen problemen hebben met Ngo’s die geldstromen generen voor terrorismefinanciering, maar morgen kan het wel zo zijn. Suriname moet proactief zijn wetgeving in orde hebben”, stelt de NAMLAC-voorzitter.

Nieuwe en bestaande wetten

Bij het slaan van nieuwe wetten en aanpassen van de bestaande, komen ook wetten aan de orde die het financieel opereren van stichtingen, naamloze vennootschappen en coöperatieve verenigingen reguleren. “De herziening van die wetgeving is nodig om te voorkomen dat ze misbruikt worden voor criminele activiteiten.” Vooral de ultimate beneficial owners oftewel uiteindelijke belanghebbenden moeten bekend zijn in de organisatieregisters. “Zodat we niet te maken krijgen met het fenomeen van stromannen die als dekmantel fungeren om criminelen en hun belangen af te schermen.”

Prominenten moeten vermogen vastleggen

Een andere aanbeveling handelt over Politically Exposed Persons (PEPs) oftewel politiek prominente personen. De Surinaamse Wet Identificatieplicht Dienstverleners praat over buitenlandse PEPs, maar niet over de lokale. Ook deze wet moet herzien worden. En, de regering moet op dit punt op zijn minst twee acties ondernemen, benadrukt Baidjnath Panday. “Personen in politiek verantwoordelijke functies moeten in het kader van hun functie opgave doen van hun vermogen.” Zo kan er tussentijds of aan het einde van de rit, door vermogensvergelijking worden vastgesteld of er iets onrechtmatigs is gebeurd.

De tweede actie is dat Suriname bij wet moet regelen dat elke burger in een formele functie/baan of niet-geregistreerd beroep een fiscaal identificatienummer krijgt. “Zodat de Staat toezicht kan houden op individuen en rechtspersonen, mocht er sprake zijn van illegale vermogensaanwas.”

Niet genoeg geïnvesteerd

De lijst met verbeterstappen is lang. “Primair is dat wij niet luid kunnen roepen dat onze instituten honderd procent goed functioneren. Dit heeft allemaal te maken met het feit dat er in de afgelopen jaren niet genoeg is geïnvesteerd in de capaciteitsversterking.” Zo komt de Financial Intelligence Unit (FIU) middelen en menskracht te kort. De werkplek laat te wensen over en ontbeert basismiddelen volgens internationale standaarden voor FIU’s, zoals internet met voldoende bandbreedte, automatisering, beveiligde databeheer, IT-hardware en software.

2009-aanbeveling niet uitgevoerd

“Tevens dient de bezoldiging van FIU-medewerkers een grondige herziening overeenkomstig de Wet Melding Ongebruikelijke Transacties.” Baidjnath Panday merkt op dat dit ook zo staat in de CFATF-aanbevelingen van 2009, “helaas nog steeds niet uitgevoerd. Door de slechte bezoldiging trekken goed opgeleide medewerkers weg naar het bedrijfsleven.”

De FIU heeft op eigen kracht en via goede netwerken in de regio, voor zichzelf analyse- en toezichthandboeken ontwikkeld. “Geen enkele minister heeft consequent voor hun in de bres gestaan om die medewerking uit het buitenland te krijgen.”



Ongecontroleerde gok- en wedbedrijven

Bij de Gamingboard ontbreken er toezichtprotocollen op de gaming industrie, vervolgt de NAMLAC-voorzitter. “Niet alleen in de casino-branche maar voor alles wat te maken heeft met kansspelen en loterijen. “Het zorgenkindje blijft vooral de gok- en wedbedrijven, ‘bettingszaken’, die ongecontroleerd opereren en waar mensen aan ‘betting’ deelnemen terwijl zij zelf of hun gezinnen in penarie leven”, merkt Baidjnath Panday zijdelings op. “De overheid zal zich moeten haasten om dit fenomeen aan banden te leggen.” De ferme actie is ook nodig bij gok- en wedbedrijven die vanuit het buitenland opereren; zij moeten ook zichtbaar worden gemaakt.

Volgens de voorzitter is er bij de Gamingboard wel sprake van de “wil in bemensing maar tekortschieten in capaciteit”. NAMLAC trok vaker hierover aan de bel en vroeg om formele regionale samenwerkingsverbanden. De politiek verantwoordelijken dienden dit op ministerieel niveau te regelen, maar deze actie is tot op heden uitgebleven, blikt hij terug.

‘Zwarte of grijze’ lijst

Drie keer per jaar komt de FATF met een lijst van landen die de aanbevelingen hebben geïmplementeerd, niet meewerken of een hoog risico zijn voor witwassen en terrorismefinanciering. In het landenrapport krijgt elk onderdeel een ‘rapportcijfer of rating’ van onvoldoende naar ruim voldoende (compliant). Landen die niet of onvoldoende hieraan beantwoorden komen op een ‘zwarte of grijze’ lijst.

Tijdens de derde evaluatieronde in 2009 scoorde Suriname voor 38 van de 49 aanbevelingen non-compliant, voor 6 partial-compliant en kreeg op 5 overige een compliant notering. Evenals andere landen, kreeg Suriname de gelegenheid om zijn huiswerk te maken en de nodige maatregelen te treffen. In ijltempo werden toen tal van wetten aangepast. Zo lukte het Suriname in 2017 om nog nét ‘blacklisting’ te vermijden. De tijd dringt voor Suriname om verbeterstappen te zetten, wil het toekomstige financiële gevolgen verdringen of erin verdrinken!